brooddelen

...now browsing by tag

 
 

Volg mij …

Sunday, April 28th, 2013

Wat een mooi en bijzonder verhaal hoorden we zojuist. Het speelt na de dood en de verrijzenis van Jezus. Het lijkt erop dat zijn leerlingen het oude vak van visser weer willen opnemen. Met zijn zevenen proberen ze de hele nacht iets te vangen. Tevergeefs.

Als het ochtend wordt, op de grens van donker en licht, staat er op de oever opeens een man, die hen tóch vraagt of zij iets te eten hebben. En dan blijkt in deze man de beste visser aan wal te staan. Hij heeft een goeie suggestie: ‘Bekijk het eens van de andere kant.’ “Gooi het eens over een andere boeg!” zegt hij.

Dan hebben ze succes en komen ze met een net vol vissen aan wal. Daar zien ze dat Jezus al een vuurtje aan heeft met vis erop. Toch vraagt hij óók vis van hen en ze geven die. Mij doet dit denken aan dat andere verhaal over Jezus, waarin hij meer dan vijfduizend mensen te eten geeft. Daar vraagt hij ook eerst aan de apostelen of zij wat hebben. Niet meer dan twee broden en vijf vissen, is daar hun antwoord. En we weten wat er op volgt. Er blijft zelfs over!

Bij Jezus krijg je blijkbaar nooit iets voor niks. Je moet er zelf ook altijd iets voor doen, er iets van jezelf in leggen. Vijf broden en twee vissen of een deel van je vangst. Als dan de eerste stap gezet is, neemt Jezus het over. Dan nodigt híj hen uit om te komen eten. Na deze vispartij lijkt het wel een eucharistie op het strand. Jezus deelt brood en geeft ook van de vis. Ook hier is er dan weer genoeg voor iedereen.

Wat mij ook opvalt in dit verhaal: Steeds wordt er gezegd, dat ze niet weten dat het Jezus is. Blijkbaar is Jezus ook aanwezig, als we hem niet direct herkennen. Hij deelt het brood en waar mensen dat doen, is hij er bij, is hij in hun midden. Zoals bij de Emmaüsgangers, die Jezus vragen om bij hén te blijven, op het moment dat híj verder wil gaan. Pas als hij het brood neemt en breekt, – dat is zijn handelsmerk – herkennen zij hem. “Waar 2 of 3 in mijn naam bijeen zijn, ben ik in hun midden.”

Dat navolgen van Jezus kan niet beperkt blijven tot eten en drinken alleen. Bij navolgen gaat het ook om het in praktijk brengen van vriendschap en liefde. Bij de voorbereiding moest ik denken aan mijn eerste preek, vijftien jaar geleden op 6 juni 1998. Daarin heb ik o.a. gezegd:

“Ik vind het van belang om naast en bij mensen te gaan staan. In de spanning die zich voordoet tussen wat formeel hoort en wat in deze situatie wenselijk is, zal ik mij vooral laten leiden door wat er aan goeds en fijns aanwezig is. Ik heb daarbij niet de pretentie iets heel nieuws te brengen. Ook besef ik heel goed dat wat ik anderen te bieden heb, niet ligt in mijn intelligentie, mijn deskundigheid, macht, invloed of connecties, maar in mijn menselijke betrokkenheid, waarin de liefde van God zich zichtbaar kan maken.

Die liefde kunnen we vinden in de manier waarop wij omgaan met elkaar, in de manier waarop we naar elkaar kijken. Daarin komt onze instelling, onze geest tot uiting. Als die niet goed is, kan die verdoven en doden, maar als die wel goed is, kan die opwekken en leven geven.”

In die eerste preek vertelde ik een verhaaltje over een klooster, dat ooit vol jonge monniken had gezeten. Met nog slechts een handvol oude paters was het er nu heel stil geworden. De abt ging te rade bij een wijze goeroe, die hem vertelde, dat één van zijn monniken de vermomde Messias zou zijn. Op de terugweg vroeg de abt zich af, wie dat dan zou kunnen zijn: Broeder kok? Broeder econoom? Broeder portier? Terug in het klooster vertelde hij wat de goeroe had gezegd. De monniken bekeken elkaar vol ongeloof. De Messias, hier? Dat was toch onmogelijk! Maar hij had zich vermomd. Dus toch misschien? Vanaf dat ogenblik gingen de monniken elkaar met andere ogen zien. Want je wist maar nooit. Ze behandelden elkaar meer en meer met achting en waardigheid. Het resultaat was dat het klooster gezelliger en vriendelijker werd én dat het zelfs weer een grote aantrekkingskracht uitstraalde. En de kloosterkerk raakte weer vol van gezang.

Dit verhaal gaat ook in onze dagen nog op. Je ziet het gebeuren in onze parochie, waar mensen anderen bezoeken; mensen het opnemen voor vreemdelingen; mensen anderen, die te weinig eten hebben, voedsel geven; mensen anderen met schulden proberen bij te staan; mensen hun naaste vertrouwen, liefde en aandacht schenken; mensen aan hun naaste een luisterend oor bieden, een hand op de schouder. Door zo te doen, kun je ontvangen, samen lief en leed delen en meer mens worden. Is dat niet ook de intentie van Matteüs 25? “Ik was ziek, naakt, hongerig, was vreemdeling …en jij hebt mij bezocht.”

Preek bij Joh. 21,1-19 tijdens mijn afscheidsvieringen op 13 en 14 april 2013

Er is zoveel te zien

Saturday, March 23rd, 2013

En ik zag
hoogmoed in uw kantoren
hebzucht in uw banken en verzekeringen
nijd in uw politieke partijen en verenigingen
onkuisheid op de Wallen van de oude stad
onmatigheid in uw aankopen
gramschap in uw relaties
traagheid in uw reacties op nood van mensen.

En ik zag
ijdelheid u omgeven
u in gierigheid uw geld oppotten
jaloezie in uw kopen en uw handelen
lust op en in uw media
vraatzucht in uw dagelijks eten
woede om wat u niet heeft
gemakzucht in uw leven stromen.

En ik zag
u voedselbanken oprichten
koken en maaltijden uitdelen
kleding en ruilwinkels opzetten
zieken bezoeken
exodushuizen in uw wijk verwelkomen
vreemdelingen en illegalen huisvesten
hospices tot leven wekken.

En ik zag
u het dagelijks brood uitdelen
mensen te drinken geven
u uw mantel delen
ongeneeslijk zieken erbij halen
gevangenen vergeven
met illegalen uw huis delen
het verdriet van de doden delen.

En ik zag
in de wereld om me heen
de wonderen van onze tijd.

Hub Crijns 
(gevonden op de achterkant van ‘De Arme Krant van Nederland’, jrg 18, nr 4, dec. 2012, en voorgelezen in de Sint Willibrorduskerk te Deurne tijdens de eerste zondag van de veertigdagentijd)

Zin in een zak chips hebben

Wednesday, December 26th, 2012

In het kader van Kerstmis was ik op een school voor middelbaar onderwijs uitgenodigd om iets te komen vertellen over het project ‘SchuldHulpMaatje’. In beide groepen, waarin ik kwam, merkte ik een enorme aandacht voor mijn verhaal. Ik vertelde over mijn taak in de parochie en de bijbelse opdracht om aandacht te schenken aan de mensen, die ziek, naakt, hongerig, dorstig, in de gevangenis of vreemde zijn. Vanuit onze parochie hebben we dan ook aandacht voor mensen die naar de voedselbank moeten of die in de schulden zijn geraakt.

Voor ik daarover verder ging, bevroeg ik de leerlingen op hun bestedings-patroon: * Wat geef je uit en waaraan? Uitgaan, mobieltje, … * Hoe kom je aan het geld daarvoor? Zakgeld, door te werken, …. * Wat doe je als je iets wilt hebben en je hebt te weinig geld? Sparen, lenen, … * Bij lenen maak je schulden en die moet je terugbetalen. Dat moet te doen zijn, zo dacht men.

Kennen jullie mensen in je omgeving die schulden hebben? Mensen met een hypotheek, was het enige antwoord. Er zijn veel gezinnen of alleenstaande vaders of moeders, die schulden hebben en niet meer rond kunnen komen van wat ze verdienen. Dat proberen ze zoveel mogelijk te verbergen, omdat ze zich schamen en anderen gauw geneigd zijn hen te veroordelen. Het is maar moeilijk te geloven, dat er in onze omgeving mensen wonen die te weinig geld hebben om goed te kunnen leven!

Een SchuldHulpMaatje wil er zijn voor mensen, die in de schulden zitten en hen als een coach helpen van die schulden af te komen. Een voorbeeld van iemand, die met schuld zat en er weer is uitgekomen, laat ik zien in een kort filmpje over Kenny. Hij is door Jan weer op het goede spoor is gezet en had lange tijd voor zijn eten niet meer dan €8,50 per week uit te geven. De meeste leerlingen zijn er stil van en weten niet wat hierop te zeggen. Een meisje waagt het met de vraag: “Kenny zal toch ook wel eens zin in een zak chips hebben. Kan hij die dan niet kopen?” “Ja, dat kan hij wel, maar dan heeft hij de hele week geen geld voor brood of broodbeleg!”

Ontvang wat je bent

Friday, August 31st, 2012

Het houdt maar niet op. Vandaag treffen we in het evangelie voor de vierde zondag op rij een tekst over brood aan. Jezus heeft heel wat uit te leggen, nadat hij in het malse gras aan 5000 man brood heeft uitgedeeld. Veel mensen zagen in Hem een man die wonderen kan doen en liepen daarom achter Hem aan. De evangelist Johannes laat de een na de ander met vraagtekens komen: Waar doet Hij dat toch van? Jezus spreekt in zijn antwoord niet alleen over ‘brood uit de hemel’. Sterker nog: Hij noemt zichzelf ‘het brood uit de hemel’. Tot grote ontsteltenis van de Joden, in wier ogen dit een godslasterlijke uitspraak is.

Afgelopen zondag was ik in natuurtheater ‘De Donck’ in Someren. Daar namen honderden mensen deel aan de oogstdankviering van de plaatselijke kring van de ZLTO. Het was een zonnige, feestelijke viering met passende liederen en teksten. Er was een verbinding te voelen met de natuur, die ons met ruisende bomen en een vriendelijke zon omringde. Ook de vele producten, die er lagen uitgestald (tomaten, aardappelen, prei, melk, komkommers en noem maar op) droegen bij aan dat gevoel van verbinding.

In de teksten weerklonk dankbaarheid en ook zelfonderzoek. Niet altijd slagen wij erin het land dat wij hebben gekregen op waarde te schatten. Want wat is de waarde van een stuk grond? We zijn geneigd dat in euro’s uit te drukken en kijken dan niet naar de eigenlijke waarde, die onschatbaar is. Daardoor vergeten we soms een balans te vinden tussen natuur en economie. We vinden dan opbrengst op korte termijn belangrijker dan milieu. We schieten dan tekort als beheerders van Gods natuur.

Boeren en tuinders zijn dagelijks bezig met het naar hun hand zetten van het leven. Als mensen zijn we geneigd ons bijna een god te wanen. Aan de andere kant beseffen we dagelijks dat we klein zijn ten opzichte van de grootheid van de schepping. Er is leven en dood, geboorte en groei, zoveel wat wij niet in de hand hebben of zomaar ontvangen, dat we vaak nederig ons hoofd buigen.

Wat we ook aan goede inzet proberen te doen, met al ons zwoegen slagen we er niet in voor iedereen voldoende eten te verzorgen. En kennen we mensen in eigen omgeving die te weinig brood op de plank hebben. Mensen verder weg die getroffen worden door droogte en oorlogsellende. Mensen in andere delen van de wereld, met name in Afrika, die door de eigen overheid van hun akkers worden verjaagd ten gunste van grootschalige verbouw door westerse bedrijven.

Niet alles in onze wereld beantwoordt aan hoe het leven geleefd dient te worden. Dat het ook anders kan heeft Jezus ons onder andere laten zien in het delen van de vijf broden en twee vissen. Daarbij is niet alleen dat eten belangrijk, maar gaat het vooral om de gemeenschap, die door dit voedsel tot stand komt en zich verantwoordelijk mag voelen voor de verdeling van deze gaven.

Waar we dagelijks eten en drinken nodig hebben om in leven te blijven, hebben we de eucharistie nodig om ons leven te voeden. Jezus is in zijn overgave aan de bedoelingen van God tot het uiterste gegaan, hij heeft zijn vlees, zichzelf, te eten gegeven, en dat met de dood moeten bekopen. Wanneer wij eucharistie vieren, gedenken wij zijn leven en sterven en voeden wij ons met zijn gezindheid, die onder ons vlees en bloed kan worden en vruchtbaar voor het leven van de wereld.

Als wij het brood en de wijn ontvangen, dan mogen wij als christenen geloven, dat Jezus ons zijn lichaam en bloed geeft, zijn hele persoon. Hij vertrouwt ons de boodschap toe, die hij ontvangen heeft van God zelf en die hij in deze wereld bracht. Hij geeft ons zijn lichaam en bloed, zijn totale persoonlijkheid, de kracht van de geest die hem bezielde, als inspiratie voor ons leven en samenleven.

In sommige kerken wordt bij het te communie gaan gezegd: “Ontvang wat je bent, Lichaam van Christus, wordt wat je ontvangt, Lichaam van Christus.” Die zin verwijst naar de traditie uit de tijd van vóór het jaar 1000, toen er in de kerk echt brood werd gedeeld. en het gelovige volk werd gezien als het Lichaam van Christus. Na die tijd kwam de hostie in de plaats van het brood en verschoof de aandacht daar min of meer naar toe.

Te communie gaan is worden wat we zijn: Christenen in wie Jezus de Christus ten volle leeft, in wie het gelaat van de Vader zich openbaart. Ontvang en wees dat lichaam! Begin te delen, alles wat je hebt, wat wij hebben in ons rijke westen. Delen met hen die niets hebben en dan kijken wat er gebeurt. Misschien is er inderdaad wel genoeg op de wereld. Of wellicht vult de Heer zelf aan waar er tekort is.

Mogen we dat vertrouwen hier en nu in deze viering ervaren en uitdragen in ons leven en werken van de komende week.

Preek bij Spreuken 9,1-6 en Joh 6,51-58 op 18 en 19 augustus 2012

Delen

Friday, August 10th, 2012

Vorige week maandagmorgen fietste ik na een paar weken vakantie Deurne weer binnen. Mijn oog viel op de etalages in de uitgestorven Stationsstraat. De een na de ander gaf in felle kleuren de opruimingskorting aan: 30% – 50% – 70% en zelfs de helft van de helft! We hebben in onze samenleving zo’n overvloed aan kleding en andere spullen, dat het voor een schijntje wordt weggedaan.

In een opwelling vroeg ik me toen af: Wat zal er op onze Willibrordus-kerk staan? Wat heeft die te bieden? Ik kon er niets op vinden, alleen de haan parmantig boven op het kruis! Alle deuren waren dicht en er was geen teken van leven te bespeuren. ‘Zou er nog wel wat te krijgen zijn?’, zo vroeg ik me af. Soms denk ik namelijk wel eens: ‘Wat heeft die kerk nog te bieden in deze tijd? De klandizie of beter gezegd: het kerkbezoek is teruggelopen tot een minimale 5 of 10 %.’

Maar … een kerkgebouw mag je niet vergelijken met een winkel. Dat is van een hele andere orde. Het is geen handelshuis. Er wordt niets verkocht. Je gaat er niet heen om iets (al of niet met korting) te hálen. Naar een kerkgebouw ga je allereerst om er iets te brengen: Dankbaarheid, geluk, overvloed, liefde. Allemaal zaken die je kunt delen met anderen en die anderen met jou kunnen delen. Die jou en anderen rijk en gelukkig kunnen maken.

In beide lezingen van zojuist wordt ook iets gebracht: Gerstebroden. Brood is voor veel mensen –toen en ook nu nog – naast water levensnoodzakelijk. Het ‘dagelijks brood’ is al het voedsel dat een mens nodig heeft om ‘vandaag’ te leven.

Terwijl er in de eerste lezing twintig gerstebroden en wat vers koren zijn voor honderd man, heeft het evangelie het over heel wat minder: slechts vijf broden en twee vissen. Maar in het evangelie gaat om heel wat meer mensen: het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend! In beide verhalen blijft er na het delen over. In het evangelie zelfs twaalf manden vol met broodbrokken. Gewoonlijk spreken we bij dit verhaal over ‘de wonderbare broodvermenigvuldiging’. Maar merkwaardig genoeg komt het woord ‘vermenigvuldigen’ in het hele verhaal niet voor. Als het ergens over gaat in deze tekst, dan is dat wel ‘délen’!

Als je bij dit delen al van wonder zou willen spreken, dan zit dat in wat er gedaan wordt. Wonderen zijn tekenen van Gods nabijheid en verbinden God en de mens met elkaar. Maar wonderen zijn niet – zoals vaak aangegeven – iets van Gods kant alleen. Ook de mens moet een een gebaar maken. Dat laten de verhalen van zojuist allebei duidelijk zien. Zij zetten de dienaar en de leerlingen in de rol van ‘ongelovige’, die allerlei praktische problemen zien, waardoor de opdracht om te delen niet lijkt te kunnen. Zij moeten juist in actie komen. Het brood moet uitgedeeld worden. God kan alleen sámen met mensen wonderen doen.

Johannes doet met zijn verhaal nog iets anders: Hij zet Jezus duidelijk in de lijn van het Oude Testament. Dat doet hij met de zin: ‘Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden’. Op die dag herdenken zij de doortocht door de woestijn. Het volk werd daarin door God zelf gevoed met manna, dat iedere dag uit de hemel viel. Zo kon het iedere dag het vertrouwen op God oefenen en ervaren dat hij zorgt dat er voldoende is.

Het verhaal brengt ons ook bij het Laatste Avondmaal. Brood verwijst hier immers ook naar Jezus zelf, die zegt: “Ík bén het bróód des lévens!” Waar brood onontbeerlijk is voor dagelijks leven, is Jezus van beslissende betekenis voor ‘eeuwig leven’. Jezus’ woorden, zijn leven, zijn voorbeeld, ze zijn voedsel voor onze ziel, krachtbron voor ons leven. En ze nodigen ons uit te worden tot zijn volgelingen, tot zijn beeld en gelijkenis, tot instrumenten van zijn liefde.

Als we dadelijk te communie gaan, dan halen we hier vooraan geen hostie (zo lijkt het wel), maar dan nemen we deel aan het lichaam van Christus. Dan drukken we uit, dat we zijn lichaam zijn, dan delen we onze hoop, ons geloof en onze liefde met elkaar. Dan delen we wat we hebben en zijn. Zo is het brood dat Jezus wil zijn, bedoeld als een uitnodiging tot samen delen. Zo wordt een mens brood voor haar medemens. Dan ontstaat er aandacht voor elkaar, raken we op elkaar betrokken. Dan ontstaat er langzaamaan onderlinge solidariteit. Dan wordt iemand, die afwezig is, gemist. Dan nemen mensen elkaar bij de hand, kijken we waar we elkaar kunnen helpen. Dan wordt samen eten samen leven.

Goederen zijn er genoeg in de wereld waarin wij leven. Ze zijn overal te koop en liggen als het ware op elke straathoek voor het oprapen. Die goederen verzamelen of ons ermee verrijken, is niet het voornaamste. Waar het om gaat, is dat wij de wil, de mentaliteit, de van God geërfde liefde omzetten in een manier van leven naar zijn aard. Dan gaat het niet om vermenigvuldigen, maar staat juist het delen met elkaar centraal.

Dat hoeft niet met zoveel woorden op ons kerkgebouw te staan, maar andere mensen mogen het wel weten. Wij zelf zijn daarvoor de enige etalage en kunnen dat laten, zien, voelen en hen uitnodigen. Lokmiddelen en kortingen zijn daarbij niet nodig! Enkel een gastvrije, open deur!

Preek bij 2 Kon 4,42-44 en Joh 6,1-15 op 28 en 29 juli 2012