Een held onder de heiligen – Sint Rochus

Written by Harry Keijsers on December 26th, 2014

Opeens gaat de voordeurbelRochusbeeld_Adrie

Ons ontbijt zit er op en we zijn bezig de laatste spullen in onze fietstassen te stoppen. Vandaag starten we onze pelgrimstocht naar Santiago. Als de voordeurbel gaat, staat Adrie aan de deur. Hij komt ons uitzwaaien. Terloops vertelt hij, dat hij pas een mooi Jacobusbeeldje heeft gekocht. Trots laat hij er een foto van zien. “Weet je zeker, dat het een beeld van Jacobus is?” vraag ik. “Ja, kijk maar, hij heeft een pelgrimsmantel, een hoed met jakobsschelp en een staf met kalebas bij zich!” “Maar … Jacobus heeft toch geen pestbuil op zijn dijbeen en houdt zijn mantel toch niet omhoog. En … wat doet die hond met dat brood daarbij? Volgens mij is dit een beeldje van Sint Rochus!”, breng ik in. Adrie kijkt me vragend aan.

Deze twee heiligen, Jacobus en Rochus, worden vaak met elkaar verward. Niet zo gek als hun direct in het oog springende attributen zo sterk overeenkomen. Die verwarring speelt ons onderweg naar Santiago de Compostela ook soms parten. Goed kijken is dus het devies. Heiligen zijn te herkennen aan hoe ze gekleed zijn, aan wat ze in de hand houden of aan wat ze bij zich hebben. Al die attributen verwijzen naar verhalen en legenden over deze heiligen. Daarmee vertellen ze belangrijke zaken over hen en hoe men hen ervaren heeft.

Rochus in afbeeldingen

Rochus_Doornik_Harry Keijsers

Rochus wordt afgebeeld als pelgrim, met een staf met kalebas in de hand, een –soms korte – pelgrimsmantel, een hoed met daarop een schelp of soms sleutels (pelgrim naar Rome). Hij is direct herkenbaar, omdat hij zijn kleed optrekt en naar een pestbuil op zijn bovenbeen wijst, nu eens met zijn linker- en dan weer met zijn rechterhand, al naargelang op welke dij die buil zit. Doorgaans heeft hij een hond bij zich, die brood in de bek draagt of zijn wond likt. Soms staat er een engel bij (die hem verzorgt). Een enkele keer is een rood kruis op de borst zichtbaar. Er bestaat ook een ‘kuise Rochus’. Bij dat beeld zit er een gat in zijn kleed, waardoor de wond zichtbaar is. Soms heeft Rochus een strook bij zich met erop: ‘Eris in peste patronus’ (Gij zult de beschermer tegen de pest zijn). Soms vergezelt een pestlijder hem of wordt hij afgebeeld, terwijl hij een pestlijder verzorgt.

Dat een heilige wordt afgebeeld met een zichtbare ziekte of handicap zoals Rochus – die wijst op de wond op zijn dijbeen – is erg ongebruikelijk. Juist dat heeft ongetwijfeld bijgedragen aan zijn populariteit. Door het manhaftig tonen van die wond riep hij verbondenheid op met mensen, die leden aan de pest of een besmettelijke ziekte. Tegelijkertijd verwees Rochus zo naar het lijden van Jezus Christus, die immers zijn lot ook trouw had gedragen. Zo gaf deze afbeelding aan mensen hoop op genezing.

Wie was die Rochus?

Echt historische gegevens zijn er nauwelijks over Rochus. Er bestaat een levensbeschrijving van hem in ‘Vita Sancti Rochi’  van Francesco Diedo uit Venetië (1478, een eeuw later dan Rochus leefde!). Daaruit leren we, dat Rochus in 1295 in Montpellier geboren is uit een aanzienlijke familie. Links op zijn borst blijkt hij een moedervlek in de vorm van een rood kruis te hebben. Als zijn ouders gestorven zijn – hij is dan twintig jaar – deelt hij net als Franciscus van Assisi zijn bezittingen met de armen en wordt hij bedelaar en pelgrim. Op pelgrimsreis naar Rome wordt hij geraakt door het leed van de pest, die dan in Italië heerst. Hij verzorgt de zieken en geneest hen door gebed en door het maken van het kruisteken. Op de terugreis vanuit Rome raakt Rochus in Piacensa bij zijn zorg voor de pestlijders zelf besmet. Hij wordt uit de stad verbannen en trekt zich terug in een bos. Daar kan hij zich in leven houden door het brood, dat de hond van een vooraanstaand persoon uit de buurt hem dagelijks brengt. Hij wordt door een engel verpleegd. Door zich te wassen met het daar voorhanden bronwater geneest hij. Als hij eenmaal terugkomt in Montpellier, herkent zelfs zijn oom hem niet meer. Vanwege de oorlog, die er heerst, wordt hij verdacht van spionage en komt hij in de gevangenis terecht. Daar sterft hij 5 jaar later op 16 augustus 1327. Pas dan herkent men hem aan zijn moedervlek. Volgens een latere legende zou men onder zijn hoofd een plaat hebben gevonden met daarop in gouden letters geschreven, dat God Rochus’ gebed had verhoord en dat iemand, die Sint Rochus aanroept, door geen enkele pestziekte zal worden getroffen.

Onderzoeken (m.n. door Pierre Bolle) aan het begin van deze eeuw komen tot de conclusie, dat Rochus vele jaren later geleefdRochus_Lier_Harry Keijsers moet hebben. Tussen 1295 en 1327 woedde in West-Europa namelijk geen pest. En in diezelfde periode bevond het pauselijke hof zich in Avignon en niet in Rome. De
pest waarmee Rochus te maken kreeg, teisterde Europa pas vanaf december 1347. Volgens die onderzoeken moet Rochus geboren zijn tussen 1346 en 1350 en gestorven tussen 1376 en 1379. Ook wordt nu algemeen aangenomen, dat hij niet gestorven is in Montpellier, maar in Voghera in Italië. Er zijn gegevens gevonden, waaruit blijkt, dat in de nacht van 15 op 16 augustus tussen 1376 en 1379 een gevangene van Franse herkomst, die een zekere faam van heiligheid had, na vijf jaar gevangenschap in Voghera stierf. Ook is in die plaats vanaf 1391 sprake van een feest ter ere van Rochus van Montpellier. Vast staat tevens dat de relieken van Rochus in 1483 of 1485 van Voghera naar Venetië werden overgebracht. Daar ligt hij nu begraven in de kerk van San Rocco.

Vanaf eind 15e eeuw neemt de verering van Rochus in Europa een grote vlucht. Als een patroonheilige van slachtoffers van de pest genoot hij grote bewondering onder het volk. Via bedevaarten langs de handelsroutes naar Venetië kwam die verering ook naar onze streken. We vinden daardoor in heel Europa Rochus-kapelletjes met erbij horende bedevaartplaatsen, gasthuizen en broederschappen. De groei van Rochus’ verering is goed te begrijpen als men beseft dat de pest, in welke vorm dan ook, Europa ruim vier eeuwen heeft geteisterd.

Hoewel nooit officieel heilig verklaard werd de verering van Rochus wel goedgekeurd op het concilie van Konstanz (1414-1418). Nadat hij al twee eeuwen lang in de vieringen van de kerk werd aangeroepen, heeft paus Gregorius XIV (1590-1591) hem uiteindelijk toegevoegd aan het Martyrologium Romanum, de lijst van martelaren en heiligen die door de Rooms-katholieke Kerk erkend worden.

Rochus als beschermheiligeRochus_Cacabelos_Harry Keijsers

Rochus is één van de pestheiligen. Een pestheilige (er zijn er wel een 60, onder wie naast Rochus vooral Sebastiaan en Antonius Abt de belangrijkste zijn) is een bijzondere heilige in de Rooms-katholieke Kerk, die werd aangeroepen als er een pestepidemie heerste. Rochus (hij verdrong Sint Job – die van de mestvaalt – als patroon) is niet alleen beschermheilige tegen de pest, maar ook tegen puisten, schurft, voetpijn, zweren en andere besmettelijke ziektes van mens en dier, zoals hondsdolheid en veepest. In Frankrijk zegende de priester op de feestdag van Rochus, 16 augustus, door boeren meegebrachte kruiden. Die werden door het veevoer gemengd om daarmee de beesten te vrijwaren voor besmettelijke ziekten. Verder is Rochus ook nog patroon van gevangenen, zieken, ziekenhuizen, gasthuizen, hospitalen, artsen, chirurgen, apothekers en doodgravers; ook van de kunsthandelaars; boeren, hoveniers, hopbrouwers (in België) en wijnbouwers (in Duitsland); bezembinders, stratenmakers, schrijnwerkers en vuurwerkmakers; en daarnaast nog van zeevaarders en wagenmakers. Rochus moet wel een duizendpoot zijn!

Zijn naam is wereldwijd in katholieke landen (vooral in Italië) verbonden met namen van ontelbare dalen, streken, straten, parochies en plaatsen (natuurlijk o.a. Montpellier en Venetië). In België kent men in augustus op enkele plaatsen een Rochus-ommegang of -paardenstoet.

Rochus versus Jacobus?

Rochus_St Quentin_Harry Keijsers

Wat hebben Jacobus en Rochus met elkaar? In het midden van de 14de eeuw woedde de grootste pestepidemie van Europa waarbij een kwart van de Europese bevolking omkwam. Tijdens deze en volgende epidemieën werd Rochus als beschermheilige tegen de pest meer en meer aangeroepen. Hierdoor en mede door de dalende belangstelling voor Santiago-pelgrimages ging de populariteit van Rochus die van Jacobus steeds meer overtreffen. Niet alleen in de harten van mensen, maar ook in kerken en kapellen moest Jacobus plaats maken voor Rochus. Oorspronkelijke Jacobus-bedehuizen werden voortaan plaatsen van Rochus-verering! Kreeg Rochus daarom de traditionele pelgrimsdracht? Was dit een hommage aan Jacobus of was het omdat Rochus zelf ook pelgrim was geweest? Zeker is dat er weinig heiligen zo dicht bij Jacobus gestaan hebben en nog staan als Rochus.

Terug naar de voordeurbel.

Waar hebben wij Rochus gevonden? De zoektocht naar beide heiligen is een vast onderdeel van onze pelgrimstocht geworden. Ik laat hier enkele vindplaatsen de revue passeren. We kwamen die plekken tegen op de St.Jacobsfietsroute van Cleemans Sweerman. Zo treffen we in Lier in de heldere St.Jacobskapel een klein beeldje van een vrolijke Jacobus aan. En een paar honderd meter verder zien we boven de Gevangenenpoort een beeld van Rochus. In de St.Jacobskerk in Doornik staat een beeld van Rochus tussen twee beelden van Jacobus. In St.Quentin vinden we achter in de basiliek vlakbij het labyrint een beeld van Rochus met daarbij een veelzeggend (kerkhof)bordje met de tekst: “Onze gedachte aan jou en jouw beeld herinneren ons eraan dat we slechts voorbijgangers zijn”. Zou Rochus hier plaatsvervangend staan? Een ingelijste mededeling aan de muur vertelt over de pelgrimage naar Santiago en besluit met de opmerking dat het beeld van Jacobus sinds 1914-1918 verdwenen is (!).

Rochus_Puenta la Reina_Harry Keijsers

In het Spaanse Puente la Reina zien we op het grote retabel in de kerk van Santiago el Maior Rochus rechts van Jacobus afgebeeld, terwijl links Sebastiaan, die andere pestheilige met pijlen (beschouwd als tekens van de pest), staat. De albergue Santa Marina in Molinaseca blijkt een voormalige San Roque-kapel te zijn. Na Cebreiro fietsen we over een kleine hoogvlakte, de Alto de San Roque, vernoemd naar Rochus. Er staat wel een beeld van Jacobus!

In Cacabelos komen we in de Calle de los Peregrinos uit bij een kapel van San Roque, overgebleven van een hermitage met hospitaal en sinds 1599 na een dodelijke pestperiode toegewijd aan San Roque. De herinnering aan Rochus is hier nog zeer levendig getuige de jaarlijkse rondgang met zijn beeltenis. Sinds enkele jaren is er op zijn feestdag een groots bierenfestival. Op het ‘eind van de wereld’ vinden we in het kerkje van Santa María de las Arenas, net voorbij Fisterra, Rochus en Jacobus nog eenmaal gebroederlijk naast elkaar. Ze hebben meer met elkaar gemeen dan hun uitrusting!

(dit artikel van mijn hand is ook gepubliceerd in “Jacobsstaf” nr. 104 van december 2014, een uitgave van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob; de foto’s zijn – met uitzondering van de bovenste door Adrie – door mij gemaakt)

 

Leave a Comment





Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.