Post

...now browsing by category

 

De (goddelijke) vader is verheven

maandag, augustus 8th, 2016

In het themanummer van de Jacobsstaf  over ‘gastvrijheid’ (december 2015) mocht ik de lezer kennis laten maken met Abraham als oervoorbeeld van gastvrijheid. In deze extra uitgave van Bramstaf wil ik nog wat meer over Abraham, de naamgever van Bram, aan het licht laten komen. Daarbij sta ik stil bij de visie op Abraham vanuit drie geloofsrichtingen.

Betekenis van de naam Bram / Abraham

De naam ‘Bram’ is afkomstig van ‘Abraham’. Deze naam is afgeleid van het Hebreeuwse ābhrām’, van ʼābh [vader] + rām [hoog, verheven] en betekent waarschijnlijk: ‘de (goddelijke) vader is verheven’. In het Oude Testament wordt de naam ook uitgelegd als: ‘vader van een menigte volken’. De oorspronkelijke vorm was ‘Abram’.

Abraham in de Thora, de Bijbel en de Koran

In de Thora wordt het leven van Abraham in Beresjiet (in het christendom Genesis), hoofdstukken 11 tot en met 25, beschreven. Beresjiet is geen biografie, maar vertelt enkele verhalen die het leven van Abraham typeren. Daarnaast worden zijn geboorte (Gen. 11,26) en dood (Gen. 25, 7-8) genoemd en verder er is een geslachtsregister opgenomen. Joden geloven dat God een verbond met drie personen heeft gesloten, te weten Abraham, zijn zoon Isaak en kleinzoon Jakob, waarbij de eerstgenoemde als stamvader van de Israëlieten wordt gezien.

De Thora vinden we ook in het Oude Testament, met hier en daar anders gespelde namen. In het Nieuwe Testament wordt Abraham opgevoerd als de ‘ideale christen avant la lettre’, omdat hij zo rotsvast op God vertrouwde. Daarom wordt hij gezien als een oudtestamentische voorloper van de christenen, die geloven in het offer van Jezus Christus. In geestelijke zin worden alle ware christenen dan ook nakomelingen van Abraham genoemd.

In de Koran is Ibrahim de boodschapper van de Suhuf-i-Ibrahim en gaat hij vooraf aan Mohammed en de Koran. Ibrahim wordt daarin nadrukkelijk moslim (en geen jood of christen) en ‘hanif’ genoemd. ‘Hanif’ is in de islam iedereen die al voor het ontstaan van de islam een monotheïstisch geloof aanhing, omdat hij – zonder joods of christelijk te zijn – de heidense religieuze praktijken veroordeelt. Ook Adam en Isa (Jezus) zijn een ‘ḥanif’. De Koran noemt Ibrahim de vader van monotheïstische volkeren.

Abraham speelt dus een rol in de Tenach van de joden, de Bijbel van de christenen en de Koran van de moslims (in deze laatste als Ibrahim). In deze boeken wordt hij gezien als de aartsvader van het volk Israël en de Arabieren in letterlijke zin, en van christenen en moslims in overdrachtelijke zin. Vandaar dat jodendom, christendom en islam ook wel ‘Abrahamitische religies’ worden genoemd.

De beproeving van Abraham door God

Hoe gaan de volgelingen van deze drie Abrahamitische religies met hun aartsvader Abraham om in relatie tot elkaar? Antwoorden op deze vraag raken zoveel kanten en hebben zoveel aspecten, dat ik me daarin moet beperken. Ik wil slechts enkele antwoorden vanuit christelijke optiek geven aan de hand van twee afbeeldingen over de beproeving van Abraham door God. Ik ben ze tijdens mijn pelgrimstochten naar Santiago tegengekomen.

Het verhaal

In het verhaal over deze beproeving (Genesis 22, 1-20) lezen we hoe Abraham door God gevraagd wordt zijn zoon Isaak (in de Koran, Soera 37:101-105: Ismaïl) als brandoffer op te dragen. In de Koran vraagt Ibrahim, die de oproep in een droom krijgt, aan zijn zoon Ismaïl wat hij ervan vindt om geofferd te worden, waarop de jongeman zegt: ‘Doe wat jou bevolen is. Als Allah het wil …’. Hij gaat met zijn zoon en twee knechten in drie dagreizen naar de aangewezen plek. Het laatste stuk van de reis gaat hij met het vuur en het offermes samen met zijn zoon, die het hout draagt, verder. Als Isaak vraagt waar het offerdier is, antwoordt Abraham dat God daar wel voor zal zorgen.

Als alles gereed is voor het brandoffer, Isaak vastgebonden ligt en Abraham zijn mes opheft, roept een engel te stoppen, omdat Abraham heeft laten zien godvrezend te zijn. Abraham wordt gezegend en hem worden veel nakomelingen toegezegd. In de Koran wordt vervolgens aan Ibrahim het goede nieuws over de geboorte van Isaak verteld en worden Ibrahim en Isaak, als een profeet van de rechtvaardigen, gezegend. Dan wordt een ram uit de doornstruiken gehaald en geofferd. Tot zover het verhaal uit de heilige boeken.

In de oudchristelijke kunst wordt Abraham ’s offer vaak als een voorafbeelding van Christus ’ offerdood gezien. Deze symboliek gaat terug op de kerkvaders. Abraham is het beeld van God de Vader. Isaak dat van God de Zoon. De drie dagreizen wijzen op de drie grote tijdperken in het joodse volk (van Abraham tot Mozes, van Mozes tot Johannes de Doper en van Johannes de Doper tot Jezus Christus). De twee knechten, die Abraham vergezellen, zijn de twee groepen van het joodse volk, Israël en Juda. De ezel, die de werktuigen draagt zonder te weten wat hij doet, is de onwetende Synagoge. De Synagoge, die vaker als vrouwenfiguur wordt afgebeeld, staat voor het jodendom, dat de Messias niet heeft erkend. Daartegenover staat de vrouwenfiguur Ecclesia, die de zegevierende kerk voorstelt. Het brandhout, dat Isaak soms samengebonden in de vorm van een kruis, op zijn schouders draagt, is een beeld van het kruis, door Christus naar de Calvarieberg gedragen. De ram, die de plaats van Isaak inneemt, is een beeld van Christus, die ook in plaats van anderen geofferd wordt. De doornstruiken zijn de doornenkroon.

Het offer van Isaak

Nevers_Offer Abraham_foto Harry Keijsers

In de kathedraal van de Saint-Cyr et Sainte-Julitte in Nevers zijn eind vorige eeuw door Jean-Michel Alberola een aantal kleurrijke glas-in-loodramen ontworpen. In een daarvan staat bijgaande uitbeelding van het offer van Abraham. We zien daar een groot zwaard, dat het venster naar beneden doorklieft. Bovenin is de hand van God zichtbaar, die het zwaard pakt en zo Abrahams handeling onmogelijk maakt. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat er een eind moet komen aan het offeren van mensen. De God van Abraham is immers een god van leven en niet van dood. Door deze redding staat Isaak aan het begin van het volk van het Verbond. Onderin links is de ram zichtbaar. Rechts in het raam kan men het gezicht van Isaak zien, met de hand van Abraham voor zijn ogen. Volgens een bij het glasraam aangetroffen beschrijving geeft dit raam een voorafbeelding van de uit de dood opgestane Christus, die eveneens door de hand van God uit de dood is opgestaan en aan het begin staat van het nieuwe volk van gelovigen, die bouwen aan het Koninkrijk van God.

De poort van het lam

León_Portaalboog Puerta del Cordero_foto Harry Keijsers

De basiliek San Isidoro uit de 11e eeuw in León heeft aan de zuidzijde twee rijk gebeeldhouwde portalen, de Puerta del Cordero (van het Lam) en de Puerta del Perdón (van de genade). Boven op de topgevel van de eerste, de Puerta del Cordero staat Isidorus als Morendoder afgebeeld.

In de portaalboog zelf staat bovenaan in een cirkel het Lam Gods (el Cordoro), die wordt gedragen door twee engelen. Links en rechts zweven twee engelen die daarnaar verwijzen. Op de basis van deze portaalboog zijn van rechts naar links (!) de volgende afbeeldingen te zien. Het vertrek van Abraham met Isaak en de ezel. Opmerkelijk is dat Isaak vervolgens voor het offer zijn sandalen losmaakt en zich uitkleedt. Daarmee wordt de onderwerping aan de wil van God aangegeven. Denk aan de bereidheid van Jezus zijn dood aan het kruis te ondergaan. Verder naar links zien we de hand van God, die Abraham ervan weerhoudt om Isaak te offeren. Dan zien we een engel die wijst op de ram in de struiken. Helemaal aan de linkerzijde wordt de dienstmaagd Hagar met Abrahams onechtelijke zoon Ismaël naar de woestijn verbannen. Onder het wegrijden richt Ismaël zijn pijl op het Lam Gods. In deze afbeelding is een verwijzing naar de in die tijd gevoerde Reconquista (herovering) te zien. Vanaf 711 werd het Spaanse schiereiland bezet door de moren. Begrijpelijk dat men een diepe afkeer had van deze aanhangers van de islam, de door de christenen beschouwde nakomelingen van Ismaël. Of de ezel hier ook een verwijzing is naar het jodendom, zoals in de beschrijving boven al aangegeven?

Besluit

Als we kijken naar de actualiteit van vandaag de dag moeten we constateren dat de volgelingen van de Abrahamitische religies nog allerminst als broeders en zusters met elkaar omgaan. We hoeven maar te kijken naar Israël en de Palestijnse kwestie, de brandhaarden in het Nabije-Oosten en dichter bij huis de reacties op de komst van vele ‘andersgelovige’ vluchtelingen. De heilige boeken willen duidelijk maken, dat we allen uit een God voortkomen en Hem hebben te eren door ieder naar zijn beeld en gelijkenis geschapen medemens te respecteren. Uiteindelijk zijn we allen zonen van Abraham.

(dit artikel van mijn hand is ook gepubliceerd in “Bramstaf”, een extra uitgave – in kleine oplage – bij gelegenheid van het afscheid van de redactie van Bram van der Wees, april 2016, een uitgave van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob)

 

21 juni – dag 38

dinsdag, juni 23rd, 2015

EEN ONVERWACHTE ONTMOETING
Santiago de Compostela

In de kathedraal gaan we eerst bij Jacobus langs. Hij heeft nog niet veel bezoekers. José omhelst Jacobus inniger dan twee jaar geleden.
We zien verschillende bekenden van onderweg en fotograferen het zwaaien van het wierookvat na de mis van 10 uur.

image

Tegen 12 uur zit en staat de kerk bomvol voor de pelgrimsmis. Wij hebben tijdig een plaats in de banken met ‘reservado por peregrinos con credential’ ingenomen. Regelmatig moet door de ordedienst tot stilte worden gemaand. De viering is helemaal in het Spaans met de bisschop als hoofdcelebrant. Alleen het Santus en het Onze Vader zijn in het latijn. Er zijn na het evangelie twee toespraken van –  denken wij – pelgrimsgroepen, die de bisschop iets aanbieden.

Na het te communie gaan zien we opeens drie Astense dames staan: Jorien, Helma en Mieke. Ze maken met een gezelschap een tiendaagse rondreis. We zoeken elkaar na de ceremonie met de butafumeiro en de zegen op. Na een kop koffie gaan we later samen eten. Het is een onverwacht gezellige middag. Het lijkt wel of we even thuis zijn in Asten. En zij vinden het geweldig dat zij ons getroffen hebben. Regelmatig laten ze hun reisgenoten weten dat wij twee fietspelgrims uit hun dorp zijn.

20 juni – dag 37

dinsdag, juni 23rd, 2015

AANKOMST SANTIAGO
Van Vila de Cruces door Ponte Ledesma, Vila de la Paz, Rodiña en Arins naar Santiago de Compostela.

Harry ziet na zo’n 40 kilometer fietsen in de verte de kathedraal liggen. En dan zijn we in een daling opeens aan de stadsgrens. Na een flinke steile weg, die we lopend en duwend afleggen,  komen we op de hoogte van de oude stad en lopen we verder de stad in. Om klokslag 12 uur komen we aan op het Praza do Obradoiro voor de kathedraal. We nemen elkaar in de armen en we zeggen tegen elkaar: “We zijn er en hebben het toch maar weer gehaald!”

Een stel uit Italië fotografeert onze omhelzing en zal ons die foto’s toesturen. We hebben zelf ook wat foto’s laten maken door een stel uit Amersfoort.

image

Dan zoeken we ons onderdak op en gaan we in de middag naar het bureau van het bisdom voor een compostelaat. Dat krijgen we van een enthousiaste vrijwilligster. We mogen daarmee morgen vooraan in de kerk zitten. Daarna zijn we net op tijd om nog even de Huiskamer van de Lage Landen van het Genootschap van Sint Jacob binnen te wippen.

image

19 juni – dag 36

dinsdag, juni 23rd, 2015

EEN DAG VAN REPARATIES
Van Oseira langs Provadura, over Puerto de Provadura, door Rodeiro, Guillar, Ventosa en Golada naar Vila de Cruces.

Om half acht fietsen we aan. Maar eerst moeten we de voorbanden oppompen. We krijgen weer direct een flinke klim en moeten van 730 naar 1000 meter hoogte.

image

Na 19 km fietsen eten we pas om 10 uur in Rodeiro ons ontbijt: koffie met een supergrote croissant, want het brood is er nog niet. We krijgen later toch nog ieder een stukje brood met ham.

We willen weer op weg en dan blijkt de voorband bij Harry lek. We repareren deze met hulp van water uit de bar. Verderop is een smid. Misschien kan hij de steun linksvoor aan de fiets van Harry , die al een paar dagen rammelt, ook vastzetten. En dat gaat lukken met deskundig materiaal. En dat voor ‘nada’, voor niets. “Un bon camino!”, wenst hij ons met een grote glimlach. En hij richt zich weer naar zijn andere klanten.

Het landschap is ruw, bergachtig met veel struiken zoals brem. Soms ruiken we de kamperfoelie. De weinige dennenbomen zien er maar mager en schriel uit. De Eucalyptusbomen met hun bastverliezende stammen zijn hier ook veel te zien. Hier en daar zie en ruik je de varkensstallen. Soms komen ze in een vrachtwagen voorbij, de varkens wel te verstaan.

14 mei – Sevilla

zaterdag, mei 16th, 2015

We staan om 7 uur op en gaan met de fiets op stap. José wil de bijzondere brug over Rio Guadalquivir, de Puente del Alamillo, zien. Dezelfde architect heeft later ook de toch wel mooiere Erasmusbrug in Rotterdam gebouwd.
Na een bezoekje aan het imposante  Plaza España, met voortdurend getrappel van paardevoetjes, gaan we langs bij de fietsenmaker voor enkele kleinigheden.

image

Na het eten gaan we naar de imposante kathedraal, waar we zoeken naar afbeeldingen van Jacobus. Ook beklimmen we de  Giralda door (zonder trappen) naar boven te lopen.

Terug in het hotel blijken we niet met een nacht te kunnen verlengen en alle herbergen in Sevilla vol te zijn. Dus moeten we morgen aan onze pelgrimstocht beginnen. En Sevilla verder voor gezien houden.

Pelgrimstochten voor de jeugd II

vrijdag, mei 1st, 2015

WAT VOORAF GING

Door mijn pelgrimstocht in 2006 per fiets naar Santiago de Compostela ben ik enthousiast geraakt voor alles wat met pelgrimeren te maken heeft. Het brengt je tot een leven met aandacht voor jezelf, de ander en de wereld. Rond Vessem in de Kempen loopt al meer dan vijf jaar met veel succes het project PELGRIMEREN VOOR DE JEUGD, bedoeld voor de groepen 8 van het basisonderwijs. In de voorbije jaren heb ik daar als begeleider van een groepje leerlingen een aantal keren aan mee mogen doen.

PELGRIMSWEG ALS METAFOOR VOOR DE LEVENSWEG

Doel van het project is de jeugd via een dagprogramma te stimuleren om pelgrimsroutes te lopen. Daarbij komen zij in aanraking met natuur, cultuur, religie, spiritualiteit, pelgrimssfeer, ontmoetingen, weersomstandigheden, zoeken naar onderdak, eten en drinken (back to basic), voorspoed en tegenslagen. En doen zij voor even afstand van presteren, een “rol” spelen, computer, televisie, mobiele telefoon, e.d. Ik zie het als een mogelijkheid de jeugd in aanraking te brengen met dergelijke situaties en houdingen in het leven. De jeugd komt die in de dagelijkse werkelijkheid weinig of niet tegen. En volwassenen hoor je alom aangeven deze in hun leven te missen. Tijdens de tocht staan we dan stil bij onze herkomst, de steun die we van anderen krijgen, de mee- en tegenvallers die we in ons leven tegenkomen en onze toekomstdromen. Al wandelend hebben we zo aandacht voor de natuur, elkaar en onszelf.

Verslag 3Verslag 4

NU OOK VOOR LEERLINGEN IN DEURNE, ASTEN EN SOMEREN

In september 2014 ben ik begonnen om dit project voor de basisscholen in Deurne, Asten en Someren van de grond te tillen. In een mailing naar de scholen vroeg ik aandacht voor dit initiatief. Na wat startproblemen – bijna alle scholen gingen in die maanden over naar een ander email-adres – waren uiteindelijk zes leraren van groep acht positief. In een eerste gesprek kreeg ik de gelegenheid uitgangspunt en opzet nader toe te lichten. De eerste drie contacten eindigden om diverse redenen in een afzien van verdere deelname. De volgende drie contacten met enkele al bij voorbaat enthousiaste leerkrachten leidden uiteindelijk tot verdere afspraken en het vastleggen van een datum.

In januari 2015 is duidelijk, dat de groepen acht van drie basisscholen (‘t Rendal in Lierop, De Piramide in Deurne en een derde school, die later alsnog moet afhaken) in maart en april een pelgrimstocht zullen gaan ondernemen. Ik ga dan op zoek naar ondersteuning door pelgrims, die de ervaring van een pelgrimstocht aan den lijve hebben ondervonden. Van de 250 aangeschreven leden van het Genootschap van Sint Jacob in onze regio reageren er 25, van wie er 20 aangeven dat ze mee willen werken aan het project.

Voor de invulling van een te lopen route ben ik uitgegaan van de eigen school als vertrekpunt. Dat betekent dat er een voor elke school toegesneden route van ongeveer 12 kilometer uitgezet dient te worden. Gelukkig heeft een medepelgrim, Hans Taal, daarin het voortouw genomen. We zoeken daarbij zo veel mogelijk rustige wandelroutes door de natuur en we letten op plekken met een bijzondere historische betekenis of kruisen en kapelletjes. Als einddoel heb ik het klooster van de Paters van het H. Hart in Asten gevonden. Daar is gelegenheid om binnen (zeker bij slecht weer) ons brood te kunnen eten. Ook kunnen we er gebruik maken van projectiemiddelen en de kapel bezoeken. In de tuin heb ik een ‘cruz de ferro’ mogen plaatsen.

Verslag 2Verslag 5

OP PELGRIMSTOCHT

Voorafgaand aan de eigenlijke dag vertel ik de leerlingen op school over wat pelgrimeren is en wat het met iemand doet. Tevens nodig ik hen uit tot deelname aan de tocht. De leerkracht speelt hierin een cruciale rol. Eind maart en begin april hebben twee tochten plaatsgevonden, een vanuit Lierop en een vanuit Deurne. Mooi zonnig weer vanaf de start om half negen brachten de groepjes van 4 of 5 leerlingen onder leiding van een ervaren pelgrim in een goede stemming. Onderweg was er aandacht voor elkaar en de omgeving.

Op het eindpunt vertelde een pelgrim over zijn pelgrimsbelevenissen. Alle kinderen kregen een pelgrimsbewijs en zetten hun handtekening in het gastenboek. Na een bezoek aan de kapel voor een stiltemoment en het ontsteken van de klassenkaars werd door ieder bij het ‘cruz de ferro’ een steen weggelegd met daarop een woord over een last die men niet langer met zich mee wil dragen.

Verslag 1

Verslag 6

DE TOCHT GAAT VERDER

Beide tochten zijn zeer geslaagd te noemen. Zowel de leerlingen (‘leuk’, ‘gezellig’, ‘fijn’) als de leerkrachten en de pelgrims reageerden erg positief. Er ontstonden onderling spontane gesprekken, er was ontspanning op de rustplaatsen, er werd genoten van de stilte, men vertelde elkaar wat ieder op de steen had gezet en waarom. Sommige leerlingen vertelden over dingen waar ze normaal het zwijgen toe doen: “Goh, in de klas praat je lang niet zoveel.”

De reacties van de leerlingen en de leerkrachten spreken voor zich. Het waren alles bij elkaar mooie dagen. Of de leerlingen nu weten wat pelgrimeren is, was voor menige pelgrim aanvankelijk wel een vraag. Maar gaandeweg en terugkijkend op deze dagen mag de conclusie zijn, dat we hen een geweldige ervaring hebben aangeboden. Wat die ervaring is en wat die met hen doet kunnen we niet overzien. Dat weten we als ervaren pelgrim maar al te goed.

Voor het komende schooljaar 2015-2016 zijn alle scholen opnieuw aangeschreven. De tocht gaat verder!

Muren die mensen scheiden

dinsdag, november 18th, 2014

Deze week ben ik op zondag 9 november twee keer geconfronteerd met een muur, die ik liever niet zou willen zien. Een keer in een tentoonstelling en een keer via een herdenking.

Op deze dag herdachten we, dat 25 jaar geleden, op 9 november 1989, de Berlijnse Muur is gevallen. Maandenlange demonstraties in meerdere steden in de DDR maakten het klimaat rijp voor een geweldloze doorbraak en leidden tot de val van deze muur.

Sinds in augustus 1961 het begin was gemaakt met de bouw van deze kunstmatige scheiding tussen oost en west waren er meer dan honderd mensen niet levend overheen gekomen. Alleen via de S-baan of via een chequepoint kon je van oost naar west, en dan ook nog pas na een grondige inspectie van je papieren.

Berlijnse Muur - 1970

Zo ben ik in januari 1970 tijdens een strenge winterperiode een week in Berlijn geweest en heb ik kunnen zien en ervaren wat zo’n muur betekent. Het maakt een scheiding tussen mij en jou, wij en zij. Meestal wordt zo’n muur opgetrokken omdat men de ander vreest of wil buitensluiten. Of zijn eigen straat schoon wil houden of de vreemdeling niet wil toelaten of de vluchteling niet wil helpen. Het is een geweldig middel om het vijanddenken aan te wakkeren en de eigen overtuiging te versterken en de eigen positie te handhaven. Altijd gaat dit ten koste van eigen mensen en zijn de rechten van de mens in het geding.

Je zou wensen dat zulke barricades tussen mensen en volkeren tot het verleden behoren, maar de werkelijkheid van alledag is anders. Kijk naar de ‘muur’ tussen Mexico en de Verenigde Staten om de werkzoekenden uit zuidelijkere landen te weren. Of die denkbeeldige muur in het grensland Oekraïne die verhindert dat oost en west politiek samenwerken. Of de weigering van de Europese landen om adequate opvang en opname van de honderden vluchtelingen uit Afrika te regelen. Of de muur die Israël in Jeruzalem heeft opgetrokken om de mensen uit de bezette Palestijnse gebieden te weren uit hun land.

Die laatste muur in Jeruzalem, de zogenaamde veiligheidsmuur of apartheidsmuur, kwam ik op deze zondag tegen in de tentoonstelling van Marlène Dumas in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dumas heeft een ongelooflijk aantal beelden van mensen verzameld, echter wel steeds met een verhaal. Zij is, zoals ze zelf zegt, geen schilder van mensen, maar van beelden. Daarbij is zij politiek betrokken in haar beelden. En heeft zij aandacht voor de zwakke in de samenleving en schuwt ze de kritiek op misstanden niet.

Marlene Dumas - The Wall

Zo ook in haar schilderij met als titel “The Wall”. Tijdens de rondgang was het voor mij een van de vele beelden, die ze heeft gemaakt. Maar ik had in eerste instantie niet goed gekeken. Toen we vanaf het einde van de tentoonstelling nog eens rustig door de zalen terugliepen, werd ik pas echt geraakt door dit schilderij. Tot mijn verbazing stonden hier geen Joden voor de Klaagmuur te bidden, zoals ik eerst had gedacht. Nee, de muur waarvoor zij staan te bidden is de muur die de staat Israël heeft opgetrokken, om het land te beschermen tegen de Palestijnen. Met dat gegeven krijgt dit beeld een politiek-religieuze lading, die tot denken aanzet. Hier brengt geloof geen verbinding met andere mensen en het leven, maar zet het juist aan tot verdeeldheid, ruzie en oorlog. Er zal nog veel energie nodig zijn om zo’n muur neer te kunnen halen en scheidslijnen op te heffen.

Vredesweek 2014

zaterdag, september 27th, 2014

Dit jaar vieren we dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog is begonnen. Door de vele bewaarde beelden en foto’s een vreselijk en afschuwelijk gebeuren, dat honderdduizenden mensenlevens heeft gekost.

Deze maand vieren we, dat onze streek 70 jaar geleden is bevrijd van de Duitse bezettingsmacht en wij sindsdien in alle vrijheid vorm kunnen geven aan ons leven.

Deze week vieren we de jaarlijkse vredesweek onder het motto: “Wapen je met vrede, straal vreugde uit!’ Iemand die vreugde uitstraalt zal ook vrede brengen. Hoe kunnen we dat in praktijk brengen?

Zondagmorgen tijdens de eucharistieviering bij de paters in Asten:

In het evangelie stelt Jezus de vraag aan de morrende arbeiders: “Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?” Hij geeft namelijk aan de werkers van het laatste uur net zoveel als hij aan de werkers van het eerste uur geeft (en trouwens met hen overeengekomen was). Dat bedrag is namelijk wat iemand nodig heeft om die dag met zijn gezin van te leven.

In de preek: Zijn wij ook niet vaak jaloers, wanneer aan anderen het goede gebeurt en voelen wij ons dan niet tekort gedaan? Het gaat niet om rechtvaardigheid maar om gerechtigheid.

Rechtvaardigheid wil zeggen dat ieder moet krijgen waar hij voor gewerkt heeft. Wat is afgesproken of waar hij door zijn inzet recht op heeft.

Gerechtigheid wil zeggen dat ieder krijgt wat hij nodig heeft. Die gedachte ligt ten grondslag aan de eerlijke handel. De vraag mag wel zijn: Hoe kan ik zo goedkoop mogelijk iets krijgen? Maar een belangrijkere vraag is: Heeft de maker er een eerlijk, dit is een leefbaar, loon voor gekregen?

Zondagmiddag en zondagavond:

Er komen beelden voorbij van vluchtende mensen met kinderen op de arm en sjouwend met tassen en koffers. Op de achtergrond klinken raketinslagen en ontploffen granaten. Mensen vertellen van een jongetje dat is omgekomen door een granaatinslag. Mensen vertellen van veel gewonden en doden.

Zondagmiddag zie ik die vluchtelingen in een vage zwartwitfilm in het Gemeenschapshuis in Asten waar de slagwerkgroep van Harmonie Sint Cecilia een concert gaf met historische beelden van zo’n 70 jaar geleden.

Zondagavond zie ik die vluchtelingen in heldere kleuren thuis tijdens het Journaal van acht uur. Het is de actualiteit van de dag aan de grens van Syrië en Turkije.

Dezelfde beelden daar en toen. In wezen lijkt er in onze wereld in die 70 jaar nog weinig veranderd.

Maandagavond rond acht uur op de Markt in Asten:

Zojuist is een einde gekomen aan de rondrit van een colonne legervoertuigen door Asten, Ommel en Heusden. Daarna volgt onder luid gejuich van een marktplein vol mensen de intocht van een 27-tal fietsers. Zij hebben in de voorbije dagen de route van 700 kilometer vanaf Normandië gevolgd, die onze bevrijders 70 jaar gelegen hebben afgelegd. We zingen een “Lang zullen ze leven …” voor deze fietsers en voor onze bevrijders van toen.

Vrijdagavond in het Parktheater in Eindhoven:

Bij de inleiding op een toneelvoorstelling later op die avond krijgen we een spervuur van vragen op ons gericht. Pas tegen het eind krijgen we een korte toelichting op de voorstelling “Vuurvrouwen” door het Ro-Theater. In dit stuk komen twee grote vrouwen uit het verleden, Jeanne d’Arc en Ulrike Meinhof, aan het woord. We beleven hun tevergeefse strijd tegen hun omgeving. We zien de machteloosheid van die omgeving, het katholiek Frankrijk en de West-Duitse staat van toen, om zich in te leven in de denkwereld van deze vrouwen.

We leven mee met Jeanne, die de stem van God volgt en het Franse leger aanvoert tegen de Engelsen, maar uiteindelijk toch op de brandstapel eindigt. “Mijn leven is niets. Dat over dit land de wind van de vrijheid waait, dat is belangrijk.”

We leven mee met Ulrike, die huilend een einde maakt aan haar leven, terwijl de buitenwereld haar gedachten over rechtvaardigheid niet wil begrijpen. Die wereld gaat na een dag werken liever languit met een glas wijn bij de televisie op de bank liggen. Van links georiënteerde kritische journaliste wordt Ulrike door een paar ongelukkige voorvallen tot meest gezochte terrorist. “Wie zich neerlegt bij hoe het in deze wereld nu eenmaal is, die heeft nooit geleefd!”, zo besluit zij.

De voorstelling eindigt met de vraag aan ieder van ons, toeschouwers: “Wat doe jij? Ben je nog bereid tot actie? Heb je nog idealen?” Op het moment dat we die idealen laten varen, stoppen we met dromen. En een mens zonder dromen is richtingloos, staat stil.

Zaterdagmorgen om 9 uur op de Eikelaar:

Samen met een twintigtal buurtbewoners, volwassenen en kinderen, vieren we ‘burendag’ en beginnen we met een gezamenlijk ontbijt op het plein rond de pingpongtafel. Daarna gaat men werken aan een kunstwerk voor de ingang van de wijk en aan een stallingsplaats voor enkele vuilcontainers voor de buurt.

Zaterdagmorgen bij een uitvaart  in de St Willibrorduskerk in Deurne:

In deze afscheidsviering van een 82-jarige vrouw wordt zij onder andere als wereldverbeteraar betiteld en leest men een tekst voor, die gezien kan worden als haar levenstekst. Deze tekst, gevonden in de oude Sint Pauluskerk te Baltimore, gedateerd 1692 luidt als volgt:

“Wees kalm te midden van het lawaai en de haast en bedenk welk een vrede er in stilte kan heersen. Sta op goede voet met alle mensen, zonder jezelf geweld aan te doen. Zeg je waarheid rustig en duidelijk en luister naar anderen: ook zij vertellen hun verhaal. Mijd luidruchtige en agressieve mensen: zij belasten de geest.

Wanneer je je met anderen vergelijkt zou je ijdel en verbitterd kunnen worden, want er zullen altijd kleinere en grotere mensen zijn dan je zelf bent.

Geniet zowel van wat je hebt bereikt als van je plannen. Blijf belangstelling hebben voor je eigen werk, hoe nederig dat ook moge zijn: het is een werkelijk bezit in het veranderlijk fortuin van de tijd.

Wees jezelf. Veins vooral geen genegenheid. Maar wees evenmin cynisch over de liefde, want bij alle dorheid en ontevredenheid is zij eeuwig als het gras.

Volg de loop der jaren met gratie, verlang niet naar een tijd die achter je ligt. Kweek geestkracht aan om bij onverwachte tegenslag beschermd te zijn. Leg jezelf een gezonde discipline op, maar wees daarbij lief voor jezelf.

Je bent een kind van het heelal, niet minder dan de bomen en de sterren. Je hebt het recht hier te zijn en ook al is het je al of niet duidelijk, toch ontvouwt het heelal zich zoals het zich ontvouwt, en zo is het goed.

Heb daarom vrede met God, hoe je ook denkt dat Hij moge zijn. En wat je werk en aspiraties ook mogen zijn: houd vrede met je ziel in de lawaaierige verwarring van het leven. Met al zijn klatergoud, somberheid en vervlogen dromen is dit toch nog steeds een prachtige wereld.

Wees waarachtig. Streef naar geluk.

 Asten, 27 september 2014

 

De vier kardinale deugden

vrijdag, februari 28th, 2014

De vier kardinale deugden op de San Fructuoso in Santiago de Compostela

Jacobsstaf

“… daarnaast de kerk van San Fructuoso met zijn zwaaiende barokbeelden op de dakrand …” is het enige, dat Cees Nooteboom over deze kerk vermeldt in zijn ‘De omweg naar Santiago’.

Die zwaaiende beelden – en ook niet meer – waren te zien op de omslag van ‘Jacobsstaf’-100. Al snel kwam ik er achter, dat het hier om een kerk ging, de kerk van ‘Las Angustias de Abajo’ of de ‘San Fructuoso’ uit de 18e eeuw. Maar toen ik begon te zoeken naar heiligen en hun eventuele voorwerpen, bleek de helft van de apostelen wel eens met een zwaard afgebeeld te worden. Een doodlopende weg dus.

Door mijn vrouw kwam ik op een ander spoor, toen we foto’s vonden die de beelden in daglicht weergeven. Toen bleek, dat het om uitbeeldingen van deugden gaat. En inderdaad: Op de voorgevel van dit barokke kerkgebouw staan verbeeldingen van de vier kardinale (scharnier-) deugden: Moed, voorzichtigheid, gerechtigheid en matigheid. Traditioneel worden zij ook wel eens met een kwinkslag verbonden met het Spaanse ‘baraja’, een kaartspel, waarvan de vier soorten staan voor de vier sociale klassen van de middeleeuwen. Munten of ruiten staan voor de handelaren, eikels of klaveren voor de boeren, bekers of harten voor de kerk en zwaarden of schoppen voor de krijgsmacht. Als je vluchtig naar deze beelden kijkt, is voor deze verbinding wel iets te zeggen.

Nu terug naar de deugden zelf. In de voorbije eeuw zijn wij niet opgevoed met deugden, maar met voorschriften waaraan we ons te houden hadden. Bij deugden ligt de klemtoon niet op volgzaamheid, maar op de positieve eigenschappen, waarover een bepaald persoon beschikt. Plato en Aristoteles hebben als eersten over deugden gesproken. Aristoteles stelde vast, dat deugden te maken hebben met zelfontplooiing en dat ze helpen om als mens te worden wie je zijn kunt, een mens uit één stuk, gelukkig en in balans.

Deze vier kardinale deugden worden ook genoemd in het Oude Testament (Psalm 85,11): “Trouw en waarheid omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus”. Kerkvaders en na hen Thomas van Aquino voegden aan deze vier de drie goddelijke (christelijke) deugden toe: ‘geloof’, ‘hoop’ en ‘liefde’ (1 Korintiërs 13,13). Traditioneel worden tegenover deze zeven deugden de zeven hoofdzonden geplaatst (hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, jaloezie, gulzigheid, woede, traagheid).

Zoals men op muren en in ramen van kerken en kapellen fragmenten uit bijbel en heiligenlevens laat zien, zoekt men ook naar uitbeelding van de deugden. Daarvan zijn talloze variaties. Op deze kerk staan er vier:

  • Fortitudo – Moed – Vasthoudendheid (met een zuil, die herinnert aan het afbreken van de tempel door Samson);
  • Prudentia –Voorzichtigheid – Wijsheid (met als attribuut een slang en als teken van zelfkennis een spiegel);
  • Iustitia – Gerechtigheid – Rechtvaardigheid (met zwaard en hier nog zonder blinddoek) en
  • Temperantia – Matigheid – Zelfbeheersing (met beker en kruik, om – indien nodig – water bij de wijn te doen).

Deze deugden kunnen elke pelgrim tijdens en na zijn bedevaart naar Sint Jacob helpen om een mens uit één stuk te worden.

(dit artikel van mijn hand is ook gepubliceerd in “Jacobsstaf” nr. 101 van februari 2014, een uitgave van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob)