Pastoraat

...now browsing by category

 

Levend brood

vrijdag, april 3rd, 2015

Pasen 2015_drukwerk

Graankorrels

moeten gezaaid
sterven in de grond
wortelen
ontkiemen
opgroeien
in zon en regen

geoogst, gedorst
uit de aren geslagen
geplet en fijn gemalen
gekneed tot deeg
rijzen
in vuur bakken

om brood te worden

Leven is de kunst om
met vallen en opstaan
pijn en moeite
van graan brood te worden

tekst: Paul Janssen – foto: Harry Keijsers

Perspectief – Pasen 2014

zondag, april 20th, 2014

Paaskaart - 2014_web

altaarkruis St. Willibrorduskerk a/d Markt
ontwerp Hans Flapper, uitvoering: Frank Donkers
doorkijk op kerstgroep St. Willibrorduskerk Zeilberg
foto: Harry Keijsers
tekst: Paul Janssen

Perspectief

Een leven van wieg tot graf

gewikkeld in doeken
de eerste en de laatste dag
het lot van ieder?

Een leven tussen wieg en graf

vol idealen en teleurstellingen
liefde en afstand
glorie en zorgen
bij de hand nemen en uit handen geven
opbloeien en verwelken

Een leven langs wieg en voorbij graf

hoop op geluk, nieuw leven
heimwee en verlangen
door, maar ook voorbij alle pijn
perspectief
nieuwe geboorte

Kerst en Pasen tegelijk!

Zalig Pasen en alle goeds!

 

Volg mij …

zondag, april 28th, 2013

Wat een mooi en bijzonder verhaal hoorden we zojuist. Het speelt na de dood en de verrijzenis van Jezus. Het lijkt erop dat zijn leerlingen het oude vak van visser weer willen opnemen. Met zijn zevenen proberen ze de hele nacht iets te vangen. Tevergeefs.

Als het ochtend wordt, op de grens van donker en licht, staat er op de oever opeens een man, die hen tóch vraagt of zij iets te eten hebben. En dan blijkt in deze man de beste visser aan wal te staan. Hij heeft een goeie suggestie: ‘Bekijk het eens van de andere kant.’ “Gooi het eens over een andere boeg!” zegt hij.

Dan hebben ze succes en komen ze met een net vol vissen aan wal. Daar zien ze dat Jezus al een vuurtje aan heeft met vis erop. Toch vraagt hij óók vis van hen en ze geven die. Mij doet dit denken aan dat andere verhaal over Jezus, waarin hij meer dan vijfduizend mensen te eten geeft. Daar vraagt hij ook eerst aan de apostelen of zij wat hebben. Niet meer dan twee broden en vijf vissen, is daar hun antwoord. En we weten wat er op volgt. Er blijft zelfs over!

Bij Jezus krijg je blijkbaar nooit iets voor niks. Je moet er zelf ook altijd iets voor doen, er iets van jezelf in leggen. Vijf broden en twee vissen of een deel van je vangst. Als dan de eerste stap gezet is, neemt Jezus het over. Dan nodigt híj hen uit om te komen eten. Na deze vispartij lijkt het wel een eucharistie op het strand. Jezus deelt brood en geeft ook van de vis. Ook hier is er dan weer genoeg voor iedereen.

Wat mij ook opvalt in dit verhaal: Steeds wordt er gezegd, dat ze niet weten dat het Jezus is. Blijkbaar is Jezus ook aanwezig, als we hem niet direct herkennen. Hij deelt het brood en waar mensen dat doen, is hij er bij, is hij in hun midden. Zoals bij de Emmaüsgangers, die Jezus vragen om bij hén te blijven, op het moment dat híj verder wil gaan. Pas als hij het brood neemt en breekt, – dat is zijn handelsmerk – herkennen zij hem. “Waar 2 of 3 in mijn naam bijeen zijn, ben ik in hun midden.”

Dat navolgen van Jezus kan niet beperkt blijven tot eten en drinken alleen. Bij navolgen gaat het ook om het in praktijk brengen van vriendschap en liefde. Bij de voorbereiding moest ik denken aan mijn eerste preek, vijftien jaar geleden op 6 juni 1998. Daarin heb ik o.a. gezegd:

“Ik vind het van belang om naast en bij mensen te gaan staan. In de spanning die zich voordoet tussen wat formeel hoort en wat in deze situatie wenselijk is, zal ik mij vooral laten leiden door wat er aan goeds en fijns aanwezig is. Ik heb daarbij niet de pretentie iets heel nieuws te brengen. Ook besef ik heel goed dat wat ik anderen te bieden heb, niet ligt in mijn intelligentie, mijn deskundigheid, macht, invloed of connecties, maar in mijn menselijke betrokkenheid, waarin de liefde van God zich zichtbaar kan maken.

Die liefde kunnen we vinden in de manier waarop wij omgaan met elkaar, in de manier waarop we naar elkaar kijken. Daarin komt onze instelling, onze geest tot uiting. Als die niet goed is, kan die verdoven en doden, maar als die wel goed is, kan die opwekken en leven geven.”

In die eerste preek vertelde ik een verhaaltje over een klooster, dat ooit vol jonge monniken had gezeten. Met nog slechts een handvol oude paters was het er nu heel stil geworden. De abt ging te rade bij een wijze goeroe, die hem vertelde, dat één van zijn monniken de vermomde Messias zou zijn. Op de terugweg vroeg de abt zich af, wie dat dan zou kunnen zijn: Broeder kok? Broeder econoom? Broeder portier? Terug in het klooster vertelde hij wat de goeroe had gezegd. De monniken bekeken elkaar vol ongeloof. De Messias, hier? Dat was toch onmogelijk! Maar hij had zich vermomd. Dus toch misschien? Vanaf dat ogenblik gingen de monniken elkaar met andere ogen zien. Want je wist maar nooit. Ze behandelden elkaar meer en meer met achting en waardigheid. Het resultaat was dat het klooster gezelliger en vriendelijker werd én dat het zelfs weer een grote aantrekkingskracht uitstraalde. En de kloosterkerk raakte weer vol van gezang.

Dit verhaal gaat ook in onze dagen nog op. Je ziet het gebeuren in onze parochie, waar mensen anderen bezoeken; mensen het opnemen voor vreemdelingen; mensen anderen, die te weinig eten hebben, voedsel geven; mensen anderen met schulden proberen bij te staan; mensen hun naaste vertrouwen, liefde en aandacht schenken; mensen aan hun naaste een luisterend oor bieden, een hand op de schouder. Door zo te doen, kun je ontvangen, samen lief en leed delen en meer mens worden. Is dat niet ook de intentie van Matteüs 25? “Ik was ziek, naakt, hongerig, was vreemdeling …en jij hebt mij bezocht.”

Preek bij Joh. 21,1-19 tijdens mijn afscheidsvieringen op 13 en 14 april 2013

Bezield denken, bezield doen

woensdag, april 3rd, 2013

In het kader van mijn afscheid als pastoraal werker in de Parochie Heilige Willibrord Deurne zal er op vrijdag 12 april van 14.00 tot 17.00 uur een workshop worden gehouden in het Reddingiushuis (Helmondseweg 15 in Deurne). Deze heeft als titel:

Bezield denken, bezield doen

De kracht van katholiek sociaal denken in de praktijk.

Het katholiek sociaal denken wordt wel het best bewaarde geheim van de rooms-katholieke kerk genoemd. Niet voor niets, want dit denken bevat verrassend veel spannende perspectieven. Tijdens deze middag gaan wij met elkaar op zoek naar wat het katholiek sociaal denken ons persoonlijk te vertellen heeft en hoe het ons kan bemoedigen en ondersteunen bij de dingen die we doen. Zo staan we onder meer stil bij belangrijke begrippen als menselijke waardigheid, solidariteit, verantwoordelijkheid en de grote waarde van onderling vertrouwen.

De deelnemers worden aan het begin van de workshop vertrouwd gemaakt met het katholiek sociaal denken middels een korte inleiding. De meeste aandacht zal echter uit gaan naar de koppeling van het katholiek sociaal denken aan onze eigen dagelijkse inzet. Hierdoor staan tijdens de workshop de eigen ervaringen grotendeels centraal. Vanzelfsprekend is er ook ruimschoots de tijd om deze ervaringen met elkaar te delen.

Deze workshop wordt begeleid door Thijs Caspers, beleidsmedewerker van VKMO-Katholiek Netwerk. In 2012 schreef hij het boek Proeven van goed samenleven. De eerst beschikbare inleiding in het katholiek sociaal denken in het Nederlands taalgebied.

Hoe ziet de middag er uit?

14.00 uur        Inleiding op het katholiek sociaal denken

14.45 uur        Aan de slag: katholiek sociaal denken is katholiek sociaal doen!

16.30 uur        Terugkoppeling en gezamenlijke afsluiting

17.00 uur        Gelegenheid om onder het genot van een glaasje na te praten  en mij ‘de hand te schudden’.

U wordt van harte uitgenodigd aan deze workshop deel te nemen.

In verband met de organisatie vragen we u zich voor 6 april via info@heiligewillibrorddeurne.nl aan te melden.

Er is zoveel te zien

zaterdag, maart 23rd, 2013

En ik zag
hoogmoed in uw kantoren
hebzucht in uw banken en verzekeringen
nijd in uw politieke partijen en verenigingen
onkuisheid op de Wallen van de oude stad
onmatigheid in uw aankopen
gramschap in uw relaties
traagheid in uw reacties op nood van mensen.

En ik zag
ijdelheid u omgeven
u in gierigheid uw geld oppotten
jaloezie in uw kopen en uw handelen
lust op en in uw media
vraatzucht in uw dagelijks eten
woede om wat u niet heeft
gemakzucht in uw leven stromen.

En ik zag
u voedselbanken oprichten
koken en maaltijden uitdelen
kleding en ruilwinkels opzetten
zieken bezoeken
exodushuizen in uw wijk verwelkomen
vreemdelingen en illegalen huisvesten
hospices tot leven wekken.

En ik zag
u het dagelijks brood uitdelen
mensen te drinken geven
u uw mantel delen
ongeneeslijk zieken erbij halen
gevangenen vergeven
met illegalen uw huis delen
het verdriet van de doden delen.

En ik zag
in de wereld om me heen
de wonderen van onze tijd.

Hub Crijns 
(gevonden op de achterkant van ‘De Arme Krant van Nederland’, jrg 18, nr 4, dec. 2012, en voorgelezen in de Sint Willibrorduskerk te Deurne tijdens de eerste zondag van de veertigdagentijd)

Op welk kompas vaar ik?

maandag, februari 18th, 2013

Toen ik bijna zeven jaar geleden aan mijn fietstocht naar Santiago de Compostela begon, wist ik maar amper wat me allemaal te wachten stond. Natuurlijk had ik gezorgd voor een goede fiets en de nodige gidsen die mij de weg zouden wijzen. Natuurlijk had ik mij door ervaren pelgrims laten informeren en adviseren over wat raadzaam is en wat je beter niet kunt doen. Natuurlijk had ik hier in de kerk de pelgrimszegen gehaald en gebeden voor een voorspoedige pelgrimstocht.

“Dat je weg puur over rozen gaat, … of dagen zonder pijn en smart zijn, … dat wens ik je niet toe. … Maar wel is mijn wens dat je mag groeien in wie je bent met de gaven die God je gegeven heeft, … dat Hij je mag zegenen overvloedig en rijk.” Zo bad Harrie van Loon toen voor mij.

Pas toen ik op weg was, ontdekte ik gaandeweg wat het betekent voor een langere tijd van huis weg te gaan, dat het niet zo eenvoudig is me van de vertrouwde wereld los te maken en me over te geven aan wat zich aandient. Gaandeweg werd me duidelijk dat alles wat ik nodig heb, mij vanzelf toekomt en als het ware om niet gegeven wordt. Het vroeg wel bescheidenheid van mij en me niet laten voorstaan op mijn pelgrim-zijn.

Concreet betekende dat: tevreden zijn met een dak boven mijn hoofd, geen eisen stellen aan de accommodatie of aan comfort. Daarin zit het verschil tussen een toerist en een pelgrim. Een toerist wil alles naar zijn hand zetten, hij wil geen hotelkamer die niet helemaal voldoet, hij is tegen het vuil op straat, tegen het weer dat tegenvalt. Hij wil alsmaar een Zwitserleven-gevoel hebben. Een pelgrim daarentegen aanvaardt wat op zijn of haar weg komt. En ontdekt iedere keer weer dat zijn ontvankelijkheid weerklank oproept bij de mensen die hij tegenkomt. Ook zij zijn open, toegankelijk en behulpzaam.

Wie de lezingen van zojuist tot zich laat doordringen, proeft daarin dankbaarheid voor wat het leven geeft en bescheidenheid omtrent iemands plaats en kunde. In onze tijd is deze houding van ontvankelijkheid niet makkelijk aan te houden. In alles worden we aangespoord meer te consumeren: zorgen voor eten, voor brood op de plank. Alles te verzekeren, ons te wapenen tegen onverwachte voorvallen: Steeds te kiezen voor het zekere boven het onzekere. Het is moeilijk om een goede keuze te maken. Ga ik als toerist door het leven of als pelgrim?

In het evangelie wordt Jezus ook tot een keuze gedwongen. Ondanks zijn bevestiging bij de doop met de heilige Geest laat Hij zich op de proef stellen en testen wie hij werkelijk is. Ook Hij heeft dat nodig om zijn weg goed te kunnen gaan. Tot drie keer toe wordt Jezus voor een keuze gesteld. Een keuze over het eten en de economie, want daar gaat het om bij brood en brood op de plank. Een keuze om wie de macht heeft over mensen, over volkeren. Een politieke keuze in feite. Een keuze ook aan wie je je wilt overleveren, aan wie je je wilt toevertrouwen. De meest fundamentele relaties zijn hier in het geding. Drie keer moet Jezus kiezen. Wat doet Hem daarbij wel voor het ene kiezen en niet voor het andere? Waar kiest Hij telkens voor? Jezus kiest steeds voor de vrije weg. Die weg van de vrijheid is geen gemakkelijke weg, net als de weg van een pelgrim. Ze is veeleer avontuurlijk, onzeker, je weet niet wat er op je afkomt. Kiezen om slaaf te blijven en je bestaan door een ander te laten bepalen is in zekere zin gemakkelijk: je hoeft dan niet na te denken; er wordt voor je gedacht. Je krijgt immers een volledig verzorgde reis.

Jezus kiest voor een weg van vrijheid. Zo zijn zijn voorouders van onvrijheid naar vrijheid getrokken. Ze waren slaven, ze werden onderdrukt, ze waren niet vrij. Toen hebben ze Egypte kunnen ontvluchten. God heeft hen geleid. Maar de tocht ná de bevrijding, tot in het land van vrijheid, heeft veertig jaar geduurd. Waarom veertig jaar? Waarom zo’n lange tijd? Uiterlijk kan je wel vrij zijn, maar onvrijheid zit ook nog in je, tussen de oren. Het duurt een hele tijd voordat je innerlijk vrij wordt. Eigenlijk duurt dat een heel leven lang.

Tijdens zijn drievoudige keuze gaat Jezus van deze ervaring uit. Hij weet dat je niet vrij wordt als je je laat bepalen door allerlei materiële hebbedingetjes om je heen. Hij weet dat je slaaf kunt zijn binnen relaties, verslaafd aan sex. Hij weet dat je onderdrukt kunt worden door belangengroepen, door de politiek. Jezus kiest, vanuit de overtuiging, dat een mens niet van brood alleen leeft, maar veel meer van een verhaal dat draagt. Een mens leeft pas echt als hij in al zijn relaties de echte liefde toelaat, de liefde van God, en dan andere mensen liefheeft, met heel zijn wezen. Een mens is pas echt vrij als hij niet dictators achterna loopt, maar God als zijn Vader centraal stelt. Zoiets relativeert ieder gezag.

De vasten, de veertig dagen naar Pasen toe, is een tijd om na te denken over de keuzes die wij dagelijks maken. Maken ze ons onvrij of vrij? Wil ik als toerist of als pelgrim door het leven trekken? Wat heb ik nu echt nodig? De veelheid van frutseltjes en middeltjes, of gewoon een wat soberder en misschien zelfs milieuvriendelijker leefpatroon? Het gaat er echt niet om dat je niet mag genieten in je leven. Het gaat er veeleer om dat je weet waarom je de dingen doet zoals je ze doet.

Dit verhaal van de drievoudige keuze van Jezus geeft ons een handvat, een kompas voor ons dagelijks leven: wat heb ik echt nodig om te leven? Kan het met minder? Hoe bouw ik mee aan een vrijere samenleving zonder agressie, zonder zinloos geweld, zonder het heersen van de een over de ander? Hoe groei ik in liefde in mijn relaties? Hoe kan ik mij meer gedragen als pelgrim dan als toerist? De vasten is een tijd om vrijer te worden, om opnieuw te ontdekken wat ons tot vrijheid brengt, door onze aandacht meer te richten op de ander dan op onszelf, met Jezus als kompas.

Preek bij Deut.26,4-10 en Luc 4,1-13 op 16 en 17 feb. 2013

Zoektocht naar gerechtigheid

woensdag, februari 6th, 2013

Wie lange tijd van huis is weggeweest en met nieuwe gedachten en overtuigingen thuiskomt, wordt door de thuisblijvers vaak met wantrouwen bekeken. Dat geldt voor dorpsbewoners die naar de stad zijn gegaan, voor studenten die een tijd op kamers hebben gewoond, voor gastarbeiders die hun weg hebben moeten vinden in een andere cultuur, en dan weer huiswaarts keren. Voor de thuisblijvers is er weinig veranderd en dan valt het niet mee de thuiskomer met al zijn nieuwe ideeën goed te begrijpen. Iemand is vertrokken en die blijkt bij terugkomst niet meer dezelfde te zijn. Maar ook de thuiskomer heeft het zwaar. Zijn elders opgedane ‘nieuwerwetse’ inzichten stuiten op wantrouwen en onbegrip. Hij dreigt er niet meer bij te horen, er buiten te staan.

Jezus overkomt dit ook. Hij wordt afgewezen door zijn dorpsgenoten, ze willen Hem zelfs doden. ‘Wie denkt Hij wel dat Hij is? Hij is toch de zoon van Jozef, onze timmerman?’ En je hoort ze denken: ‘Hij is máár de zoon van de timmerman’. Ze kennen Jezus van kindsbeen af. En nu komt Hij hun even vertellen dat zij zich niet kunnen laten voorstaan op hun ‘uitverkoren’ zijn. Hoe durft Hij! Zij zijn vrome Joden en ze weten heus wel hoe het hoort!

Het is de tweede keer in het evangelie van Lucas dat Jezus bedreigd wordt. De eerste keer was in Betlehem toen Herodes hem wilde vermoorden. Voor Lucas is Jezus de mens, die in heel zijn doen en laten en in wat hij zegt de toekomst belichaamt, waar God naar verlangt. Maar de wereld aanvaardt dat niet, net als bij Johannes in zijn proloog: “Wie van hém waren, hebben hem niet ontvangen…”. Voor Lucas blijft Jezus de situatie volledig meester. ‘Zijn uur is nog niet gekomen,’ zou Johannes zeggen. Nu is het nog niet zo ver en moet Jezus wel kunnen ontsnappen uit handen van de menigte.

Het optreden van Jezus in Nazaret begint met het citaat uit Jesaja. Daarin gaat het om een gezalfde die met goed nieuws komt, die behalve dat hij gevangenen bevrijdt, blinden geneest, onderdrukten verlost ook een genadejaar afkondigt.’ Genadejaren of jubileumjaren: wij kennen ze ook. Ze hebben iets te maken met het oude joodse jubileum, de viering van hun vijftigste jaar na zeven maal zeven jaren. In het begin van dat joodse vijftigste jaar moet de ramshoorn schallen, en dan worden alle slaven vrijgelaten, alle schulden vergeven, en alle goederen, vooral het land, herverdeeld. Er zijn in de bijbel aanwijzingen dat men dat wel eens ‘gedeeltelijk’ deed, maar echte praktijk is het niet geworden. Dat is de reden dat profeten beginnen te spreken van een genadejaar, dat door God onder ons begonnen zal worden. En in Nazaret maakt Jezus zich bekend als degene die dat in Gods naam gaat doen. Geen wonder dat zijn arme dorpsgenoten aanvankelijk enthousiast zijn. Maar dan moeten ze wel zelf beginnen dat waar te maken. En dat is niet zo simpel.

Dat het wél kan blijkt uit het verhaal van ene Harold Miller, een Amerikaanse Afrika-specialist uit de traditie der wederdopers. Van hem is het volgende verhaal bekend: Hij leeft jarenlang onder de Gabra, een nomadenvolk in noord-oost Kenya. Hij ontdekt daar, dat dat volk jubileumjaren viert op de oud-bijbelse manier. Hij is erbij wanneer ze in 1981 een jubileum vieren. Na een jaar van voorbereiding herverdelen ze in dat – volgens hun jaartelling – vijftigste jaar hun vee en andere bezittingen, vergeven alle schulden, leggen alle ruzies bij, en zorgen dat ze allemaal weer gelijk kunnen beginnen. Wanneer Miller hun vertelt dat hij zijn ogen en oren niet kan geloven, zeggen ze hem, dat ze niet begrijpen hoe je een gemeenschap bij elkaar kunt houden zonder zoiets iedere vijftig jaar te doen. ‘Als je dat niet doet,’ zeggen zij, ‘dan worden de onderlinge verschillen zo groot dat de gemeenschap uit elkaar valt. Het verschil tussen rijk en arm wordt dan onverdraaglijk.’ Dat dat zo is, kunnen we afchecken in ons eigen land, en in onze wereld, waar de afstand tussen rijk en arm, nationaal en internationaal, nog steeds groeit, en waar de onderlinge schulden ons allemaal bedreigen.

En wat doen wij? Houden we vast aan groepsvorming en scheidslijnen? Letten wij op de verschillen of zoeken we naar overeenkomsten? Willen wij ons laten raken door dat visioen van Jesaja en in het spoor treden van Jezus Christus? Bewust of onbewust is het eigen aan elke groep, club en organisatie om onderscheid te maken tussen de ‘eigen mensen’ en de buitenstaanders. Er heersen geschreven en ongeschreven regels die het ‘wij-gevoel’ versterken en het voor buitenstaanders minder makkelijk maken binnen te komen. Het mag dan binnen de officiële kerk ogenschijnlijk vooral gaan over regels, waaraan je je te houden hebt, in ons Deurne hier slagen we er vanuit de katholieke en protestantse hoeken in om nader tot elkaar te komen. Het feit dat u mij uitgenodigd hebt hier vandaag de preek te verzorgen, geeft dat duidelijk aan. Dat blijkt ook uit de samenwerking op diaconaal en vormend terrein en de regelmatige oecumenische vieringen. Door open te staan voor de ander maken we ruimte voor onszelf en voor anderen. We zijn bereid om wat we hebben en zijn te delen en samen op te trekken. We willen onze tent uitbreiden, we willen onze tafel verlengen. En zo de kring rond God groter maken.

De Blijde Boodschap is nog steeds actueel, want gevangenen en verdrukten, blinden en armen, ze zijn nog steeds onder ons. Ze verlangen naar een toekomst die je niet in de winkel kunt kopen, maar die ze wel van mensen kunnen ontvangen. Van mensen die naar hen omzien en in wie die bevrijdende God present komt in deze wereld; mensen die in Gods naam naar hen omzien en hen een nieuwe toekomst bieden. Kunnen wij hen die bevrijding presenteren? Wat dat betreft hebben we het tij mee. Waar de overheid een terugtrekkende beweging maakt, het ene loket na het andere sluit en een punt zet achter de verzorgingsstaat, worden wij teruggeworpen op onszelf en meer aangewezen op mensen in onze eigen omgeving. Eén van mijn belangrijkste motivaties om de eerste stap op weg naar het schuldhulpmaatjesproject in Deurne te zetten was de overweging: ‘Wat zou het fijn zijn als straks in Deurne mensen die gebukt gaan onder schulden hulp kunnen krijgen van een ander die hem daar om niet in wil helpen. Dan gaat het niet om een ‘ik geef omdat jij geeft’ (‘do ut des’ in het latijn), niet om het belang van de gever. Deze hulp is gratis. Gratis, een ander woord voor genade. En genade is niet van de een of van de ander. Het is iets tussen wie geeft en wie krijgt. Daar moet je niet een soort loket tussen bouwen. Er moet sprake kunnen zijn van een relatie tussen beiden. Deze relatie bepaalt hoe je met elkaar omgaat. En dat wijst tegelijk op de relatie met God. Die gedachte vind ik mooi verwoord in het volgende verhaal:

In een joodse gemeente was de afspraak dat het bestuur voor kleine veranderingen in de synagoge zelfstandig besluiten kon nemen zonder in alles de rabbijn te moeten raadplegen. Op een dag ontdekte de rebbe dat er achter in de synagoge een offerblok was geplaatst, waarin geld voor de armen kon gedaan worden.

“Wat hebben jullie nu gedaan” was de reactie van de rebbe, “jullie zouden mij toch raadplegen bij belangrijke veranderingen?”

“Is dit dan een belangrijke verandering?”, vroeg de voorzitter.

“Ja”, zei de rabbijn, “heel belangrijk. Tot nu toe moesten jullie zelf naar de armen toegaan om hun nood te leningen. Toen stond jij nog oog in oog met een medemens, en kon je de ontdekking doen dat hij groter was dan jij, omdat hij jou de kans gaf om goed te doen. Met dat offerblok nu sta je niet meer oog in oog met hem, en zul je vergeten dat de arme groter is dan de rijke, dat hij jouw weldoener is”.

In het evangelie vertrekt Jezus niet alleen. Er staat ook dat hij door gaat, dat hij verder gaat op zijn weg. De weg die hem naar Jeruzalem zal leiden, waar hij weer, en om dezelfde reden, de stad uitgesleurd zal worden. Zijn weg gaat verder. Ook onze weg gaat verder. Gaandeweg proeven, ervaren, zien we met de ogen van ons hart, dat het leven te maken heeft met liefde, verbondenheid. Gaandeweg mogen we gaan zien, gaan geloven in wie Hij is. Dat betekent ook Hem herkennen in het gezicht van de andere mens, en zelf Zijn menselijkheid gezicht geven in deze wereld. Gaan zien, gaan geloven, betekent ook zijn Woord waarmaken en doen. Zo wordt het gaan op zijn Woord ook handen en voeten geven aan wie Hij voor mij is, naar mijn eigen maat en mogelijkheden. Het betekent: willen leven in zijn Geest. En dat is: de medemens om je heen zien, onderweg geraakt worden door de ander; vanuit je eigen oorsprong gaan leven, namelijk dat je mens bent, medemens, naaste. Dat je iemand bent die lief kan hebben.

Preek bij Luc 4,14-30 in de Protestantse kerk in Deurne op 3 februari 2013

Zin in een zak chips hebben

woensdag, december 26th, 2012

In het kader van Kerstmis was ik op een school voor middelbaar onderwijs uitgenodigd om iets te komen vertellen over het project ‘SchuldHulpMaatje’. In beide groepen, waarin ik kwam, merkte ik een enorme aandacht voor mijn verhaal. Ik vertelde over mijn taak in de parochie en de bijbelse opdracht om aandacht te schenken aan de mensen, die ziek, naakt, hongerig, dorstig, in de gevangenis of vreemde zijn. Vanuit onze parochie hebben we dan ook aandacht voor mensen die naar de voedselbank moeten of die in de schulden zijn geraakt.

Voor ik daarover verder ging, bevroeg ik de leerlingen op hun bestedings-patroon: * Wat geef je uit en waaraan? Uitgaan, mobieltje, … * Hoe kom je aan het geld daarvoor? Zakgeld, door te werken, …. * Wat doe je als je iets wilt hebben en je hebt te weinig geld? Sparen, lenen, … * Bij lenen maak je schulden en die moet je terugbetalen. Dat moet te doen zijn, zo dacht men.

Kennen jullie mensen in je omgeving die schulden hebben? Mensen met een hypotheek, was het enige antwoord. Er zijn veel gezinnen of alleenstaande vaders of moeders, die schulden hebben en niet meer rond kunnen komen van wat ze verdienen. Dat proberen ze zoveel mogelijk te verbergen, omdat ze zich schamen en anderen gauw geneigd zijn hen te veroordelen. Het is maar moeilijk te geloven, dat er in onze omgeving mensen wonen die te weinig geld hebben om goed te kunnen leven!

Een SchuldHulpMaatje wil er zijn voor mensen, die in de schulden zitten en hen als een coach helpen van die schulden af te komen. Een voorbeeld van iemand, die met schuld zat en er weer is uitgekomen, laat ik zien in een kort filmpje over Kenny. Hij is door Jan weer op het goede spoor is gezet en had lange tijd voor zijn eten niet meer dan €8,50 per week uit te geven. De meeste leerlingen zijn er stil van en weten niet wat hierop te zeggen. Een meisje waagt het met de vraag: “Kenny zal toch ook wel eens zin in een zak chips hebben. Kan hij die dan niet kopen?” “Ja, dat kan hij wel, maar dan heeft hij de hele week geen geld voor brood of broodbeleg!”

Door naar voren te blijven kijken

zondag, december 2nd, 2012

Deze week ben ik onverwacht vaak bezig geweest met het evangelie van vandaag. Niet omdat ik op zoek was naar wat ik daar vandaag over zou kunnen zeggen. Maar gewoon omdat het onderwerp zich steeds weer aandiende. Steeds weer zag ik situaties waarin mensen zich genomen voelen, verstrikt raken of geen uitweg meer zien.

Onze jongste zoon wordt op zijn werk aangereden door een heftruck en breekt zijn been. En nu zit hij een paar maanden gedwongen thuis, om de breuk te laten herstellen. En intussen weet hij geen raad met de verloren tijd en energie. En zit hij in over de vraag naar het waarom.

De zoon van vrienden van ons werd enkele jaren geleden op 23-jarige leeftijd getroffen door een herseninfarct. Hij stond toen aan het begin van zijn carrière als gitarist en in de roes van dit beginnende succes. Sindsdien is hij halfzijdig verlamd. En zal nooit meer kunnen doen wat zijn talent was: gitaar spelen.

Een oncologe vertelt in een praatprogramma op tv over de positieve ontwikkelingen in de bestrijding van kanker. Maar ze haalt ook fijntjes aan hoe negatief mensen in de omgeving van de patiënt soms kunnen zijn. Hoe ze na jaren verbaasd naar die persoon reageren, dat hij nog steeds leeft. Het voelt alsof ze hem als het ware dood verklaren.

Ik zie het beeld voor me van die huilende Palestijnse boer aan de rand van Betlehem, machteloos toekijkend hoe zijn hele olijfgaard door bulldozers wordt omgewoeld. Want er moet zo nodig een muur van 9 meter hoog doorheen, om Israel van de Palestijnse gebieden te scheiden. Waar moet hij verder van leven?

Ieder van ons kan zo wel een gebeurtenis noemen, die als een soort aardbeving ons leven in stukken kan gooien: De aankondiging van een ontslag, bedrog of ontrouw in een relatie, het bericht van een ernstige ziekte, het gevoel in de steek gelaten te zijn. Het wordt duister om ons heen. Hoe komen we daar doorheen? Komt het nog ooit goed?

In het evangelie krijgen we vandaag beelden voorgehouden, die ons ook de nodige angst kunnen inboezemen. Ze worden gekoppeld aan het einde der tijden. In de tijd van Lucas begrijpelijk, zo vlak na de verwoesting van de tempel van Jeruzalem. Men dacht toen dat het echt afgelopen was met de wereld.

Maar we horen er direct ook een bemoedigende toon achteraan. Jezus roept zijn toehoorders toen en ook ons nu op, om waakzaam te zijn en de tekenen van de tijd te verstaan. Blijf niet steken in een leven in onzekerheid, spanning en verwarring. Blijf niet steken in klaagzangen en ‘jeremiëren’. Zorg dat je niet afgestompt raakt en je in een strik laat vastzetten. Dan word je een zwartkijker, die alleen maar kijkt naar de werkelijkheid op een te korte termijn.

Dat doe je als je alleen maar bezig bent met materiële dingen, met prestaties leveren of het verzamelen van consumptiegoederen. Dat doe je als je je laat leiden door de zorgen van de dag en op de duisternis gaat schelden. Volgens een oud gezegde is het beter om dan een kaars aan te steken. Op zoek te gaan naar een lichtpuntje. Dat lichtpuntje kun je vinden, als je waakzaam bent, attent, bij de tijd. Attent op elkaar, attent voor de mensen om je heen, attent voor de dingen in de wereld. Blijf met heel je hart bij de tijd. Alleen dan ontstaat er een nieuwe wereld, een nieuwe tijd, toekomst.

Die nieuwe tijd komt er zeker weer voor onze zoon, als hij over een paar weken weer kan rondlopen en rennen.

Die nieuwe tijd is al aangebroken voor de zoon van onze vrienden. Vorige week was hij – vijf jaar na het gebeuren – op de televisie in het programma ‘De Wandeling’. Dankzij zijn vriendin, die hem trouw bleef in zijn strijd, kwam hij weer uit zijn coma en kon hij het leven weer oppakken. Zonder haar – zo biechtte hij op – zou het zeer waarschijnlijk ‘einde verhaal’ zijn geweest. Dank zij haar heeft hij weer zin in het leven gekregen. Met behulp van een stok kan hij zich weer voortbewegen en in zwemmen heeft hij een nieuwe passie gevonden. Op de vraag van de interviewer hoe hij dit leven met beperking vol kan houden, geeft hij als antwoord: “Dat kan ik door naar voren te blijven kijken!”

Die nieuwe tijd breekt ook aan voor mensen met kanker, als zij benaderd worden met de opmerking: “Oh, wat goed dat je nog leeft!”

Die nieuwe tijd kan ook aanbreken voor die Palestijnse boer, als de wereldgemeenschap erin slaagt om de niet-lidstatus van Palestina nu in te zetten voor een duurzaam en vreedzaam met elkaar leven van joden en Palestijnen.

Die nieuwe tijd, toekomst breekt aan als mensen na een ernstig lijden of ziekbed, of zelfs na de dood van een dierbare, kunnen zeggen: “En toch!” Ze gaan dan weer op een nieuwe manier in het leven verder. Net als iemand die herstelt van een ziekte, of zoals Willem na zijn herseninfarct. Als hem gevraagd wordt wie hij zou willen zijn: de popartiest van toen of de Willem van nu? antwoordt hij: De man met de carrière van toen, maar met de persoon die ik nu ben! Voor hem is een nieuwe tijd aangebroken.

Die nieuwe tijd komt er, als wij open staan voor iemand die zo laat zien wat liefde is, wat recht-doen is en wat vrede is, dat wij zelf weer moed en durf krijgen en het de moeite waard vinden om zelf de handen ervoor uit de mouwen te steken. Uiteindelijk gaat het niet om zelfbehoud, om eigen kring, om eigen belang. Eén heeft daarin veel succes gehad tijdens zijn leven. En Hij was daarin zo consequent, dat het Hem zijn leven heeft gekost. Maar uiteindelijk brak met Hem een nieuwe tijd aan. Met Hem is een nieuwe wereld begonnen, een menselijker wereld met meer liefde, gerechtigheid en vrede.

En daar kunnen wij zelf aan bijdragen … in onze gesprekken, in onze levenshouding, in onze zorg voor anderen.

Preek bij Jer 33,14-16 en Luc 21,25-28.34-36 op 1 en 2 dec 2012

Energie voor vrede

maandag, oktober 8th, 2012

Ik zie twee mannen met bouwhelmen op. Ze gaan met grote mokerhamers te keer in de wereld en slaan hele stukken weg uit onze aardbol. Dat is dit jaar te zien op het logo van de Vredesweek, Powered by Peace. Op allerlei manieren halen we energie uit onze aarde. Er is zoveel en voldoende te krijgen, dat deze energie een bron van vrede en welvaart zou kúnnen zijn. Maar helaas wordt die energie allerminst vreedzaam gewonnen en leidt die tot ontelbare conflicten. Of het nu gaat om olie, steenkool of goud of levensmiddelen. Maar al te vaak zijn ze oorzaak van conflict in plaats van bron van welvaart en vrede.

In Colombia bijvoorbeeld heeft de opbrengst van de steenkolenwinning weinig bijgedragen aan de economische vooruitgang van de mensen bij wie de steenkolen worden gewonnen. In plaats daarvan kunnen strijdende groepen van dat geld wapens aanschaffen en de Colombiaanse bevolking onderdrukken. Daarmee worden mensen gewelddadig van hun land verjaagd om plaats te maken voor mijnbouw. De boer rest niets anders dan armoede of een bestaan als arbeider in dat mijnbedrijf. In plaats van meer welvaart voor de bewoners leidt het delven van steenkolen in Colombia tot corruptie en het oplaaien van geweld. De gewone burgers zijn hier het slachtoffer van.

Ook in landen als Zuid-Soedan en de DR Congo zien we eenzelfde geweld en onrecht tegen burgers. In de olierijke gebieden van Zuid-Soedan zijn honderdduizenden burgers van hun land verdreven en tienduizenden vermoord om ruim baan te maken voor de olie-industrie. In de Democratische Republiek Congo dreigen honderdduizenden gouddelvers hun bron van inkomsten kwijt te raken door de komst van industriële mijnbouw.

Dagelijks komen wij in aanraking met producten, die gemaakt zijn met gebruik van deze omstreden grondstoffen. Bijvoorbeeld gouden sieraden, mobiele telefoons, of de stroom uit uw stopcontact. Weet u waar de grondstoffen die u dagelijks gebruikt vandaan komen en hoe die zijn verkregen? Weet u dat er in Afrika mensen hun grond zijn kwijtgeraakt en van hun land zijn verdreven om u met kerstmis lekkere boontjes te kunnen laten eten? Weet u of u misschien ‘fout goud’ in huis hebt?

We zijn ons te weinig bewust van het feit, dat we het hier goed hebben ten koste van mensen elders. Concreet werd dat deze week op de televisie. Daar kwam de grootste bloementeler van Azië, nota bene een Nederlander aan het woord. Hij runt al jarenlang in Vietnam een bedrijf met 2500 arbeiders. Hij vertelde: “Wat je in Nederland per werknemer kwijt bent aan uurloon, dat geef ik hier in Vietnam ongeveer per week uit aan een arbeider.” Tel uit je winst, zou je kunnen zeggen, die man heeft het goed voor elkaar! Maar wat is de keerzijde van deze medaille? Wij kunnen hier voor weinig geld een bloemetje op tafel zetten, terwijl de arbeider in Vietnam net niet van honger zal omkomen.

We praten steeds meer over de global village, zien onze wereld steeds meer als een dorp. Maar hebben we dan ook in de gaten dat dat werelddorp allerminst lijkt op ons Deurne? Als Deurne een beetje op die wereld zou lijken, dan zou je kunnen stellen dat een wijk als de Walsberg het zeer goed heeft met luxe woningen en veel ruimte. En dat de rest van Deurne, het centrum, de Zeilberg, de Sint Jozefparochie en de wijk van de Heilige Geest en de kerkdorpen allemaal zonder voorzieningen zit, geen elektriciteit, geen stromend water, geen riolering en veel mensen, die leven op de rand van armoede.

Wekelijks vieren we hier in de kerk met elkaar vrede, maar in de vredesweek doen we dat in nadrukkelijke verbondenheid met hen voor wie vrede ver weg lijkt. De leefomstandigheden van mensen rond de mijnen in Colombia en DR Congo en op de olievelden van Soedan kunnen nog zo verschillen van de onze, hun verlangen is niet anders dan dat van ons. Wij zijn gezegend, dat we dagelijks kunnen genieten van de vruchten van allerlei grondstoffen. Maar deze bronnen in de wereld raken een keer uitgeput. En eenvoudige mensen zijn kwetsbaar voor de graaiende mens, die de wijsheid van beneden wil halen, de Ander, God, niet in de ogen durft te zien en mensenrechten met voeten treedt.

Jakobus zegt ons vandaag in zijn brief: “Broeders en zusters, waar naijver en eerzucht heersen, daar treft men ook onrust en allerlei minderwaardige praktijken aan. De wijsheid van omhoog is vóór alles rein, maar ook vredelievend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar, rijk aan barmhartigheid en aan vruchten van goede daden, onpartijdig en oprecht. Gerechtigheid is een vrucht van de vrede en slechts wie de vrede nastreven, zullen haar oogsten.”

Bij God gaat het niet om de vraag van de macht, gaat het niet om winnaars of bezitters, het gaat niet om ambities of prestaties, niet jij staat in het midden. Het kind komt in het midden. God incognito. In zijn spoor gaat het om vrede, recht, barmhartigheid. God is incognito aanwezig in de mensen zonder gestalte of luister. Als Jezus zich met hen vereenzelvigt, is dat duidelijk een opdracht aan ons, zijn volgelingen. Hij laat ons de nabijheid van God zien in een kind.

Ik droom van een solidaire wereld, waarin we op een rechtvaardige manier met elkaar omgaan. Er zijn wel verschillen, maar uiteindelijk willen we allemaal vredig samenleven en goed voor onze kinderen en ouderen zorgen. En een ander gunnen wat je zelf ook graag wilt.

Iemand heeft eens gezegd: “Gisteren was ik zo dom te proberen de wereld te veranderen. Nu ben ik wijs en probeer ik mijzelf te veranderen.”

Anders gezegd: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’

 Preek bij Jak 3,16-18;4,1-3 en Mc 9,30-37 op 22 en 23 sep. 2012