Van A’dam naar Roma – week 1

Van maandag 14 mei tot zondag 20 mei 2018

We zijn al weer zeven dagen onderweg. Als we de foto’s van de eerste dag terugkijken lijkt het al een eeuwigheid geleden. Toch is deze week om gevlogen. Elke dag om zeven uur op en om negen uur op de fiets. Soms meer dan 80, dan weer minder dan 40 kilometer per dag. We ontmoeten mensen herkennen en bij het tegenkomen op de weg op het laatst lachen en de duim opsteken.

DE EERSTE OVERNACHTING
De eerste avond worden we welkom geheten met een fles wijn bij Vrienden op de Fiets in Wassenberg. Hij zegt aan de telefoon aarzelend dat we welkom zijn, als we maar niet direct voor de deur staan. Want er moet nog wat schoongemaakt worden. Wij blijken hun allereerste gasten te zijn en dat is nog wat onwennig. Maar wij zijn onder de indruk van hun ruimte in de kelder.

MEER PELGRIMS
Als ik op de tweede dag een moment stil sta om de gids om te slaan stopt iemand naast me met de vraag: “Gaan jullie ook naar Rome?” Hij is gisteren vertrokken uit Eindhoven en vandaag uit Roermond. Hij denkt zo’n 60 kilometers per dag te fietsen, net als wij. Na wat bijgepraat te zijn, fiets hij verder met de opmerking: “ We zullen elkaar nog wel een keer tegen komen. Hoe heten jullie?” Hij heet Frans. De volgende kilometers gaat dat regelmatig tegenkomen op vanuit de gids twijfelachtige plekken al gebeuren. Wij kunnen dan zekerheid halen uit onze gps-track. De volgende dagen herhaalt zich dit met nog twee andere Nederlandse pelgrims naar Rome. We zijn dus niet de enigen op die weg.

VERTROUWEN!!!
Als je eens in de buurt bent , dan heb ik hier een tip:
Na het douchen wandelen we in de regen naar het volgende dorp Kleinbüllesheim om er te eten in hotel-restaurant “Büllesheimer Hof”. We krijgen een gerecht met varkensschnitzel, met ananas en kaas afgebakken en aardappelkroketjes. Een bijzonder lekkere combinatie. Als het op betalen aankomt, realiseren we ons dat we onvoldoende baar geld bij ons hebben. En we kunnen ook niet betalen met een creditcard. Dan stelt de gastvrouw voor dat we morgen komen betalen. Zij heeft blijkbaar al lang ingeschat wat voor vlees ze met ons in de kuip heeft. Ze veronderstelt terecht dat we in ‘em Dorfkrug’ logeren. We spreken af dat we morgen tegen negen uur een envelop met het verschuldigde bedrag in de brievenbus zullen stoppen. We wandelen de ruim één kilometer weer terug in de stromende regen. En ik leg direct de envelop met inhoud klaar. Gek dat het ongewoon voelt wat ons vanavond is overkomen!

OPONTHOUD EN VERSNELLING

Het is na drie uur in de middag als we midden in het land op een veldweg te maken krijgen met een totale wegafsluiting. Dat kan toch niet waar zijn, denken we. Na een kwartier rustig bewonderend kijken naar de werkers met vrachtwagen en graafmachine krijgen we de kans om langs het uitgevoerde werk te gaan. Ons geduld wordt daarna beloond met een behoorlijke afdaling en even later dalen we minutenlang nog verder naar beneden tot we uiteindelijk even ten noorden van Remagen bij de Rijn uitkomen. Die hebben we in vier dagen dan toch al bereikt!

VERDER LANGS DE RIJN
Na de vorige dagen langs de Roer te hebben gefietst, gaan we nu met tamelijk fris en koud weer langs de Rijn verder. Rechts van ons loopt het spoor met bijna elke vijf minuten een goederentrein in beide richtingen. Links van ons de autoweg. Voor Brohl-Lützing is een man met bezem en blik bezig het straatje voor zijn huis schoon te vegen, terwijl twee meter boven hem de vrachtwagens voorbij denderen. Het schiet lekker op over een rustig pad met de wind in de rug. In Koblenz slapen we vannacht in een hotel bij het station.

BEGIJNEN

Op zaterdag komen we langs Oberwesel. Het is er een drukte van jewelste, want er is dit weekend een tweejaarlijkse middeleeuwse markt . Bij het verlaten van het stadje met stadsmuren, waar je overheen kunt wandelen en veel verklede figuranten komen we twee begijnen tegen en spreken hen aan voor een foto. Er ontstaat een leuk gesprek met veel hilariteit. Zij zijn goedgebekte en weten veel van begijnen die er voor het eerst in Holland waren. Ze hebben het Begijnhof in Amsterdam al eens bezocht. Ik ken de reden van een begijnhof, namelijk om de vrouw te beschermen tegen mannen. Begijnen mogen trouwen als ze een man vinden. Ze wonen daar omdat ze zich zo beschermd weten. Dat is anders voor nonnen, maken ze ons duidelijk. Die mogen niet trouwen. We krijgen zo een mooi beeld van deze twee praatgrage dames.

ECHT INGEZEGEND

We hebben deze week prachtig fietsweer gehad. Droog en zonnig. Een keer een klein buitje dat we ontvluchtten in een bakkerij. Toen enkele uren later het onweer echt losbarstte, hadden we net onze fietsen en bagage in het pension binnen staan. Maar op zondagmiddag hebben we het minder getroffen. Opeens breekt er midden in het heuvelachtige land een heuse wolkbreuk los. Dat wordt fietsen met soms flinke tegenwind over modderige betonbanen, voorzien van de nodige breuken, die ons goed wakker houden. Na een uur wordt het wat rustiger, maar bij aankomst blijkt onze bagage niet helemaal zonder waterschade. Vergeleken met deze stortbui was de zegen van Paul maar een druppeltje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.