Doelstellingen en middelen

Doelstellingen

Jeugd in de leeftijd van 10 t/m 17 jaar laten kennismaken met vormen van pelgrimeren: zowel fysiek als mentaal. Daarbij zal voorop staan dat we hen bewust maken van hun pelgrimstocht door het leven! Ons doel zijn de drie B’s!
1: Bewustwording
Wij allemaal, zoals we geschapen zijn, zijn onderweg in ons leven tussen onze geboorte en onze dood. Daarmee zijn we “pelgrim in ons eigen leven”. Als we ons dat bewust zijn, kunnen we openstaan voor de mooie wegen die we kunnen gaan! We proberen in één dag kinderen bewust te maken van hun levensweg.
2: Beweging
Wil je een weg afleggen, dan moet er beweging zijn. We kunnen fysiek gaan wandelen of fietsen. Al bewegend leer je na te denken over je weg, hoe mooi die is. Als je de weg tussen je geboorte en dood wilt afleggen, hoef je geen moeite te doen. De tijd bepaalt alles. Toch kunnen we zelf wegen kiezen, omdat we een eigen wil hebben en eigen keuzes moeten maken. We proberen met kinderen al wandelend op weg met elkaar te communiceren, te genieten en te luisteren.
3: Belangstelling
We lopen onze levensweg nooit alleen. Een mens is een sociaal wezen. Het is daarom erg interessant de wegen van anderen te bekijken en te beluisteren. Belangstelling te hebben in je medemens en de wegen die hij kiest. Vooral de metaforen van de pelgrim die fysiek onderweg is, blijken erg goed te passen bij onze eigen levensweg. We proberen kinderen die metaforen met pelgrimsverhalen en symbolen duidelijk te maken.

 

Middelen

Middelen die ons ten dienste staan om kinderen duidelijk te maken dat symbolen onze levenstocht kunnen verduidelijken en bewuster kunnen maken van onze tocht. De metaforen uit de pelgrimswereld zijn o.a.:
1. De voorbereiding en mijn begin
Waarom ben ik op dit levenspad gezet? Uit liefde van mijn ouders? Is mijn begin gepland, gewenst geweest, als een godsgeschenk gezien? Onder welke omstandigheden werd ik gedragen, gekoesterd, verzorgd en beschermd? Hoe was mijn absolute begin op deze wereld: mijn geboorte? Op welke plaats was dat, onder welke omstandigheden, in aanwezigheid van welke mensen? Wat is mij daarover verteld?
2. De weg, mijn pad
Hoe ben ik op mijn levensweg geplaatst en van wie leerde ik de meest menselijke zaken als de weg kennen, jezelf bewegen op die weg en rekening houden met anderen op die weg? Veel gezegdes gaan over de weg en het pad. “Op weg gaan of op pad gaan”- “Iemand op weg helpen” – “Hij ging zijns weegs” –  “Het begane pad volgen” – “Op het verkeerde pad gaan” – “Iemand op het goede pad helpen”
Ons levenspad kan gemakkelijk zijn, vol vreugde, vriendschap en liefde. Een vlak en geasfalteerd pad, waar je weinig of geen oneffenheden aantreft. Maar we kunnen ook grindpaden aantreffen, paden met modder en zelfs waterpartijen. Een levensweg vol hindernissen, moeilijkheden en problemen die te overwinnen zijn! Onze levensweg kent bergen en dalen. Momenten of tijden waarin het gemakkelijk gaat en soms moeilijk. “We zien er als een berg tegen op” – “Ik zit in een diep dal”.
Gelukkig lopen we ons levenspad op gebaande wegen. We zien hoe we lopen moeten, omdat het pad is uitgesleten door de voetstappen die ons zijn voorgegaan. We kunnen ook van het pad af raken en in moeilijkheden komen.
3. De medepelgrims
Een mens loopt nooit zijn levenspad alleen. Word ik door mijn ouders meegenomen en begeleid op het eerste deel van mijn levensweg? Heb ik familie, broers of zussen die met me meegaan? Heb ik vrienden die mij vergezellen op mijn levenspad? Kan ik met hen open, eerlijk en altijd praten over mezelf? Luister ik ook naar anderen die op weg zijn? Neem ik een voorbeeld aan andere levenspelgrims die mij zijn voorgegaan? Kies ik wegen die zij ook zijn gegaan? Verdiep ik me in die weg en vraag ik om advies?
4. De rugzak en bagage
Welke (geestelijke) bagage heb ik bij het begin van mijn levenstocht meegekregen van mijn ouders, mijn familie, mijn gezin? Erfde ik muzikaliteit, sportiviteit, expressie, handigheid, vriendelijkheid, levenslust, spiritualiteit, gastvrijheid? Ben ik me bewust wat ik aan bagage heb meegekregen en welke ik zelf ontwikkeld heb? 
Draag ik niet teveel bagage in mijn rugzak van het leven mee? Ben ik niet teveel met allerlei bijzaken bezig? Wordt mijn rugzak soms niet te zwaar? Moet ik keuzes maken wat ik uit mijn rugzak moet doen, om mijn weg vol energie en enthousiasme te vervolgen? Ga ik ten onder aan mijn zware bagagelast die ik meeneem?
5. De omstandigheden
Ga ik mijn levensweg in een warme of koude omgeving, een ontwikkelde of onontwikkelde omgeving, een arme of rijke omgeving? Zoals het weer wisselend kan zijn: mooi weer, koud en sneeuw, wind en storm, prachtig zonnig en warm weer. Hoe kan ik de omstandigheden beschrijven waarin ik mijn levenspad vervolg. “Na regen komt zonneschijn”- “Achter de wolken schijnt de zon”. Weerspreuken worden door ons ook overdrachtelijk gebruikt!
6. De pelgrimsstaf
Iedere pelgrim neemt een (Jacobs)staf mee op zijn weg. Dieren worden ermee weggejaagd, knapzak wordt eraan gedragen, steun wordt ermee gevonden op de weg en tijdens moeilijke overtochten. Heb ik in mijn leven ooit hulp nodig gehad? Had ik een staf of stok nodig die me overeind hield? Was ik in moeilijkheden en durfde ik ouders, familie of leerkrachten om hulp te vragen?
7. De Jacobsschelp
Als een pelgrim naar Santiago de Compostela reist, draagt hij de Jacobsschelp. Hij onderscheidt zich van de ander door dit symbool te dragen. Hij is zich bewust dat hij pelgrim is en wil dat ook laten zien. Durf ik ook mijn eigen identiteit te laten zien door het dragen van een symbool of teken? Draag ik bepaalde kleding, een tattoo, een hanger of sieraad op mijn levenspad?
8. De bewegwijzering
Wie kent de weg? Wie zoekt de weg? Velen gingen ons al voor op hun levensweg en schreven op hoe ze op weg waren. Miljarden mensen maakten het nageslacht duidelijk met welke regels, normen, waarden, trucjes, manieren ze hun levenspad gemakkelijker maakten. Welke bewegwijzering volg ik?
De pelgrim volgt zijn boekje met het beschreven pad, vergezeld met kaarten en foto’s. Hij volgt de rood-witte markering van de lange afstandswandeling of de gele pijlen van de Jacobsschelp. Welke wegwijzers volg ik in mijn leven? Die van mijn ouders, mijn leerkrachten, mijn familieleden, dorpsgenoten, vrienden? Wie wijst me de weg op mijn levenspad?
9. De stempelkaart: pelgrimspaspoort
Iedere pelgrim probeert zoveel mogelijk stempels op zijn kaart te verkrijgen met als doel te bewijzen dat hij de verplichte route en afstand heeft afgelegd en dientengevolge een compostelaat kan ontvangen in Santiago de Compostela. Wanneer die stempel met zorg, aandacht en liefde, of onder bijzondere omstandigheden gegeven wordt, blijkt hij kostbaar.
Op ons levenspad kennen we veel stempelmomenten: geboorte, verjaardagen, doopsel, eerste schooldag, overwinning van ziekte enz. Dat zijn belangrijke momenten in ons leven, waarbij we hopen dat ze iets voornaams, iets speciaals hebben. Graag hebben we dat daarbij onze geliefden en vrienden aanwezig zijn!
10. Stilte
Wat zijn we toch vaak bang van stilte. Ook de jeugd vindt stilte akelig maar eigenlijk ook wel spannend. Wanneer ben je in een stille omgeving? Wat doet de stilte met jou? Wanneer ben je stil van binnen? Hoe bereik je de stilte? Door zachte muziek, de natuur, volledige afwezigheid van geluid, het even alleen zijn, het biddend of mediterend zitten in een kerk?
Iedere pelgrim ervaart op een of andere manier de stilte om zich heen en misschien wel in zichzelf. Kinderen laten ervaren wat stilte is, maken we tot een uitdaging. Dat kan via de klassenkaars, waarvoor we een gebruiksaanwijzing hebben gemaakt!
11. Klassekaars
Het laten ervaren wat stilte is kan o.a. ook via de klassenkaars. Het voorstel is om de kaars te branden op belangrijke momenten voor de klas, de groep! De kaars wordt opgesteld zo, dat de kinderen die allemaal zien b.v. op een verhoging of in het midden van de klas met alle kinderen erom heen. De leerkracht maakt duidelijk waarom de kaars aangemaakt wordt. Er wordt ook even in stilte naar de kaars gekeken en er wordt nagedacht over de intentie (bedoeling) van het branden ervan!
Een kaars laten branden en samen even stil zijn, accentueert het groepsmoment en laat de kinderen hun verbondenheid ervaren. ■
(met dank aan Jac Naus, initiatiefnemer van pelgrimstochten voor de jeugd te Vessem)

Reacties zijn gesloten.