De allesweter Isidorus van Sevilla

Wie in Spanje rondreist, of dat nu is over de Camino Frances of de Via de la Plata, komt regelmatig een afbeelding van Isidorus van Sevilla tegen. Men dient hem niet te verwarren met Isidorus van Madrid, ook wel de landbouwer genoemd. Onze Isidorus is rond 560 als jongste van vier kinderen in Sevilla geboren en daar in 636 gestorven. Na zijn dood werd hij begraven in zijn eigen kathedraal in Sevilla.

Nadat Ferdinand I, koning van Castilië en León, erin geslaagd was zijn stoffelijke resten vrij te krijgen van de Moorse heersers in Sevilla, werden die in 1063 overgebracht naar de Real Colegiata Basílica de San Isidoro in het christelijke León.

Hoewel Isidorus nooit verder heeft gereisd dan Toledo, de hoofdstad van het toenmalige Visigotische rijk, strekte zijn invloed op de rooms-katholieke geloofsleer en kerkelijke organisatie zich tot ver in het Frankische rijk uit. Hij heeft een brug geslagen tussen de antieke oudheid en de middeleeuwen en door zijn geschriften de ontwikkeling van de Spaanse taal sterk bepaald. Het is dan ook geen wonder dat Isidorus in 1598 door paus Clemens VIII heilig verklaard werd en dat paus Innocentius XIII hem in 1722 verhief tot kerkleraar. In 1998 benoemde paus Johannes Paulus II deze allesweter tot patroon van de internetters. Ook is hij patroon van Spanje.

Isidorus, in kerk San Nicolás in Portomarin

Afkomst en tijdperk

Men zou Isidorus een kind van vluchtelingen kunnen noemen. Zijn vooraanstaande familie moest vanwege een conflict vanuit de havenstad Cartagena (aan de Spaanse zuidoostkust) een goed heenkomen zoeken in het Visigotische Sevilla. Daar genoot Isidorus zijn basisopleiding in de kathedrale kloosterschool, die onder leiding stond van zijn oudste broer Leander, bisschop van Sevilla en abt. In dit instituut, het eerste in zijn soort op het Iberisch schiereiland, werden de klassieke liberale kunsten onderwezen: de zeven takken van wetenschap uit de antieke tijden, waaronder grammatica, retorica en dialectiek. Na de voltooiing was de afgestudeerde klaar voor een geestelijke of ambtelijke functie. Door zijn ijver leerde Isidorus snel Latijn en ook wat Grieks en Hebreeuws.

Isidorus’ opvallende studie-ijver is wel eens verklaard met de volgende legende: Op een dag ontvluchtte Isidorus de studiedruk van zijn broer. Hij zag toen bij een waterput dat één steen, waar steeds een waterdruppel opviel, uitgehold was. En dat in de cilinder door het op- en afwinden van de koorden diepe sporen zaten. Toen hij daarover nadacht begreep hij: Als een harde steen door de waterdruppels uitgehold kan worden en als in de cilinder sporen kunnen ontstaan, dan kan ik ook, door elke dag een klein beetje te leren, zeer veel kennis verzamelen!

Isidorus had in zijn tijd te maken met een botsing tussen de overgeleverde cultuur van het pas gevallen Romeinse Rijk en de christelijke leer aan de ene kant en de Gotische cultuur en het geloof in het arianisme van de binnengevallen Visigoten aan de andere kant. Als raadsman slaagde zijn broer Leander erin Recaredus, de koning van de Visigoten, te bekeren. Deze liet zich in 589 op het derde concilie van Toledo opnemen in de katholieke kerk. Tegelijkertijd werd op dit concilie, dat door de jonge Isidorus werd voorgezeten, de orthodoxe katholieke leer officieel tot staatsgodsdienst uitgeroepen. In 600 volgde hij zijn broer op als bisschop van Sevilla en won ook hij het vertrouwen van de Visigotische koningen.

Door de verstrengeling van staat en kerk werd de bisschop zowel een religieus als politiek bestuurder. Isidorus gaf dan ook niet alleen leiding aan de clerus, maar trad ook op als wereldlijk bestuurder en rechter. In zijn ogen was de bisschop als een herder die de kudde van Christus bewaakte, zodat ‘noch de vijand haar uiteen zou drijven, noch de jager haar zou vernietigen, noch de hebzucht van de onverlaat het leven van de armen zou verontrusten’. Zo beschouwde hij zich als de natuurlijke beschermer van wezen en armen en gaf hij als abt opdracht een derde deel van de inkomsten te verdelen onder de armen en legde hij als bisschop dit gebod op aan de kerk in en rond Sevilla.

Isidorus, op basiliek San Isidoro te León

Ordeningsijver

Isidorus heeft een enorme ordeningsijver aan de dag gelegd en de nodige hervormingen doorgevoerd. Als abt legde hij in de opleiding tot kloosterling veel nadruk op spirituele oefening, gebed en arbeid. Hij constateerde een gebrek aan uniformiteit in de kloosterregels en zag allerlei groepen van onechte monniken (circunceliones) ontstaan. Dat bracht hem ertoe de bestaande kloosterregels te vereenvoudigen tot een begrijpelijk stelsel: de Regula Monachum. Ook vond hij dat in geen enkel klooster een bibliotheek mocht ontbreken. Van de monniken verwachtte hij, dat ook zij veel lazen. Tijdens de gemeenschappelijke maaltijden werd dan ook steevast door een van de monniken voorgelezen.

Ook ging Isidorus de wildgroei in verschillende liturgieën tegen door die te unificeren. Hij schreef twee boeken over herkomst en betekenis van de rituelen en gebeden van de Heilige Mis, over de kerkelijke feestdagen, en over de verschillende kerkelijke ambten en functies. Deze boeken geven ons nu inzicht in de zogeheten Mozarabische traditie, de wijze waarop in de vroege middeleeuwen in Spanje de eredienst werd ingericht.

De systematisering door Isidorus van pauselijke decreten en canons van concilies mondde uit in de Hispana, waarvan de eerste versie verscheen tijdens het vierde concilie van Toledo in 633 onder zijn leiding. Daarin stelde hij de oprichting van seminaries bij de Spaanse kathedralen verplicht met Grieks, Hebreeuws en de vrije kunsten als verplichte vakken. Deze codex had rechtskracht over het gehele Iberisch schiereiland en is bepalend geweest voor de rooms-katholieke geloofsgemeenschappen tot in de twaalfde eeuw.

Alle kennis die Isidorus bezat werd door hem op papier gezet. Steeds probeerde hij daarbij dienstbaar te zijn aan de verspreiding van het geloof. Zijn nieuwe bijbelvertaling, met begeleidend kritische commentaar, vond een weg in heel Spanje en bracht verschillend georiënteerde kerkgemeenschappen bijeen.

Gezaghebbend voor Isidorus waren de bijbel, werken uit de klassieke oudheid en religieuze werken, bijvoorbeeld de geschriften van de kerkvaders zoals Augustinus en Hiëronymus. Wat hij vergaarde en opschreef werd als waarheid beschouwd, ook als bepaalde gegevens in strijd waren met de eigen waarneming. Door niet voldoende te onderzoeken werd verondersteld dat Isidorus alles beschreef en dat men niet meer verder hoefde te zoeken. Daardoor zijn veel overbodig geachte documenten verloren gegaan.

De Etymologiae

Isidorus’ meesterwerk is de Etymologiae, samengesteld op verzoek van Braulius, bisschop van Zaragoza. Isidorus werkte hieraan tot aan zijn dood in 636. De titel verwijst naar het feit dat hij elk onderwerp begint met een etymologie van het woord, zoals men daar in zijn tijd over dacht. Die werd niet gezocht in de geschiedenis van het woord, maar in de klank. Bijvoorbeeld: het woord ‘apis’ (=bij) wordt afgeleid van a-pis (=‘zonder pootjes’).

In 20 boeken behandelt Isidorus grammatica, mathematica, geneeskunde, wetten en wetgeving, theologie, heiligen en ketters, landen, mensen en dieren, aarde en kosmos, … kortom alles waarover maar te schrijven was. Daarmee gaf hij de kennis van de klassieke wereld van de duizend jaar vóór hem door aan de middeleeuwer. Hoe populair dit werk was blijkt uit het feit, dat er tijdens de Renaissance tussen 1470 en 1530 minstens tien edities van gedrukt zijn.

Isidorus, in kerk San Martin in Barrientos de la Vega

Isidorus en de joden

Waren de koningen van het Visigotische rijk aanvankelijk tolerant voor rooms-katholieken en joden, dat veranderde bij het samengaan van de staat en de rooms-katholieke kerk in 589. Gemengde huwelijken werden verboden. Kinderen uit dergelijke huwelijken werden onder dwang gedoopt. Begin zevende eeuw werd gesteld, dat alle joden goedschiks of kwaadschiks gedoopt moesten worden. Hoewel Isidorus zich niet zo fel opstelde, meende hij wel dat het judaïsme bestreden diende te worden. Hij koos voor de weg van overtuiging in plaats van voor geweld. Zijn werk De fide catholica contra Iudaeos (Over het katholieke geloof tegen de Joden) heeft grote invloed gehad en is gebruikt als ideologische onderbouwing voor latere Jodenvervolgingen.

In een van zijn geschriften, De ortu et obitu patrum (over de geboorte en de dood van de vaderen), hebben anonieme auteurs in latere edities gegevens over Santiago en diens prediking in Spanje ingevoegd. Daarmee werd later het gezag van Isidorus ingeroepen om de aanwezigheid van de heilige apostel in het Iberische schiereiland te bewijzen.

Beschermheilige

Vanwege zijn encyclopedische werkzaamheden is Isidorus de beschermheilige van de catalogus, de encyclopedie en het internet. Hij wordt afgebeeld in bisschoppelijk ornaat met een inktpot, een ganzenveer of pen en een boek. Soms draagt hij vanwege zijn prediking een bijenkorf (symbool van welsprekendheid) bij zich. Ook wel met een kruisbeeld of een zwaard (als patroonheilige van veldslagen). Ook schrijvend aan een lessenaar of met een koningsfiguur aan de voeten (verwijst naar de verzoening tussen de Gotische koning en de kerk). Tegenwoordig soms ook met een computer of een toetsenbord.

(dit artikel van mijn hand is ook gepubliceerd in “Jacobsstaf” nr. 113 van maart 2017, een uitgave van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob)

 

Reageren is niet mogelijk